Jumping to conclusions: vanuit haast of vanuit een ruime acceptatiegrens?

Gedachten Uitpluizen

Haastige spoed is zelden goed. Maar mensen met psychosen zouden zich daar in het bijzonder aan bezondigen als ze beslissingen nemen. Maar gaat dat écht zo of denken we dat maar? Zijn de gebiaste conclusies echt uit haast ontstaan, of speelt er nog wat anders?

Iedere trouwe Nieuwsbrieflezer is bekend met de cognitieve bias ‘jumping to conclusions’(JTC). Onderwerp van dit artikel is welk cognitief proces ten grondslag ligt aan JTC. Uit onderzoek komt een hypothese naar voren dat een al te lage kansdrempel om veronderstellingen voor waar aan te nemen JTC zou kunnen verklaren. In de literatuur wordt dit de ‘liberal acceptance threshold for hypotheses’ genoemd . Dat betekent dat het er op lijkt dat mensen met psychosen hun beslissingen baseren op wel erg lage waarschijnlijkheidsschattingen: ze denken algauw dat omdat iets waar kan zijn, het ook zo is. Alsof je slechte statistiek bedrijft en bij een veel grotere α-waarde dan .05 de hypothese al aanneemt.

De liberal acceptance (LA)-hypothese van de JTC-bias geeft interessante hypothese-mogelijkheden. Doorslaggevend volgens dit model zou zoals gezegd de suboptimale kansdrempel zijn die de persoon hanteert; en niet de factor haast. Om dit te testen pasten de onderzoekers in hun experiment de bekende ‘kralentest’ aan; hét probabilistisch redeneren paradigma om ‘JTC te meten(zie desgewenst voor korte toelichting http://www.gedachtenuitpluizen.nl/nieuws/jtc-2/ ).

Proefpersoenen: 62 cliënten met de DSM-IV-diagnose schizofrene, schizofreniforme of waanstoornis en 30 gezonde controlepersonen.
Methode: digitale varianten van de ‘kralentest’, namelijk taken met schaapskuddes waarin schapen zitten die zwart, wit of roze zijn. Het computerprogramma doet in 6 condities verschillende opeenvolgende trekkingen van een aantal witte, zwarte en/of roze schapen. De 6 condities zijn verdeeld in 3×2 condities: 1) twee niet ambigue taken: trekkingen uit twee respectievelijk vier kuddes met grote verschillen in kleurpercentages, 2) ambigue taken: trekkingen uit twee respectievelijk vier kuddes met geringe verschillen in kleurpercentages; 3) twee taken met trekkingen die ambigu beginnen maar niet ambigu eindigen: trekkingen uit twee respectievelijk vier kuddes met grote verschillen in kleurpercentages. In elk van de 6 taken krijgt de proefpersoon de opdracht om te beslissen uit welke van (twee respectievelijk vier) kuddes de getrokken reeks schapen komt.
Deze opzet maakt het mogelijk om te toetsen of A) psychose patiënten een lagere beslissingsdrempel / LA hebben dan gezonde proefpersonen; B) psychose patiënten sneller beslissen dan gezonde proefpersonen in de taken met een lage ambiguïteit, maar dat de beslissingssnelheid onderling weinig verschilt in de sterk ambigue taken.

Resultaten:

  • Zoals verwacht op grond van eerdere bevindingen hebben psychose patiënten een lagere kansdrempel/LA, waardoor ze minder trekkingen gebruikten om tot een beslissing te komen (=haastiger) en waardoor ze meer fouten maakten en zichzelf minder corrigeerden dan gezonde proefpersonen. Psychose patiënten hanteerden een grens tot 82% zekerheid om te besluiten dat het klopt, gezonde proefpersonen hanteerden op onderdelen een bijna wetenschappelijke drempel van 93 % (α=.07).
  • De onder A genoemde verschillen bleken onafhankelijk te zijn van of de taken ambigu of niet-ambigu waren: psychose patiënten hanteren echt een verlaagde kansdrempel om tot besluiten te komen. Daar komt ook de titel van de publicatie vandaan: psychose patiënten hanteren een riskante redeneerstijl.
  • Overhaast beslissen bleek los te staan van de ambiguïteit van de taken. Dit was niet verwacht. De LA hypothese voorspelde dat psychose patiënten bij ambigue taken wel hun lage kansdrempel /LA zouden houden, maar vanwege de dicht bij elkaar liggende kansen langer zouden doen over hun beslissing. Maar dat gebeurde in dit experiment niet.

Wat betekent dit? Dat zoals we al wisten het redeneerproces dat tot beslissingen leidt over ‘wat er aan de hand is’ of ‘hoe het zit’ bij mensen met psychosen anders loopt dan bij gezonden. Maar niet per sé omdat ze gehaast zijn. En in elk geval wel omdat ze een vergelijkenderwijs lagere kansdrempel hanteren om te beslissen: ze hebben ‘liberal acceptance’. Psychose patiënten gebruiken een ‘the winner takes it all”-redenering, zo lijkt het: ook al zijn er best nog andere opties, ze kiezen gewoon voor de eerste optie die hun (lage) kansdrempel overschrijdt. Riskant, maar wie weet val je in de prijzen! Het heeft met haast of ‘jumping’ niet noodzakelijkerwijs te maken, willen de auteurs maar zeggen. Het heeft te maken met een te weinig streng statistiekprogramma in het brein van de patiënten.

Moritz S, Scheu F, Andreou C, Pfueller U, Weisbrod M, & Roesch-Ely D (2017).Reasoning in psychosis: risky but not necessarily hasty. Cognitive Neuropsychiatry, 21, 2, 91-106. Doi: http://dx.doi.org/10.1080/13546805.2015.1136611

Artikel