Hoezo psychotische ervaringen bij niet-psychotische stoornissen?

Gedachten Uitpluizen

Zowel onderzoekers als clinici hanteren steeds vaker de netwerkbenadering van psychische stoornissen, omdat deze meer recht doet aan de complexe werkelijkheid. In de netwerkbenadering steken symptomen elkaar aan door allerlei interacties.

Zo kan gespannenheid bijvoorbeeld leiden tot slecht slapen en vermoeidheid, wat concentratieproblemen geeft, waardoor vergissingen worden gemaakt, wat op zijn beurt weer negatieve gedachten en onzekerheid geeft, wat middelen gebruik in de hand werkt, enzovoort. Psychotische ervaringen zijn niet voorbehouden aan mensen met een psychotische stoornis. Een transdiagnostische benadering kan het onderzoek naar de incidentie en mechanismen van psychose verder helpen. Eind vorige eeuw startte een prospectieve studie met een groot aantal herhaalde metingen van psychopathologie en omgevingsfactoren onder jonge mensen, gedurende de jaren dat zij het meest kwetsbaar zijn om psychische klachten te ontwikkelen. Meer dan 3000 adolescenten en jongvolwassenen in de leeftijd 14 tot 24 jaar werden gemiddeld 8.4 jaar vervolgd.

In deze paper kijken de onderzoekers naar de groep mensen met een niet-psychotische stoornis om te testen of een aantal omgevingsfactoren (cannabisgebruik, traumatisering in de kindertijd en het wonen in een grote stad) de psychische klachten meer psychotisch kleuren. Hierbij gaat het dus om moderatie: beïnvloedt blootstelling aan deze omgevingsfactoren de relatie tussen de overige psychische klachten enerzijds en psychotische ervaringen anderzijds? Ook wilden zij weten in welke mate dit aangestuurd wordt door een onderliggend mechanisme van toenemende ernst van algemene niet-psychotische problematiek. Dat is dus een vraag naar mediatie: verklaart de ernst van de algemene psychische klachten de relatie tussen deze omgevingsfactoren en psychotische ervaringen?

De relatie tussen psychotische ervaringen en stemmings- en dwangstoornissen werd gemodereerd door urbaniciteit (p=0.005) en cannabis gebruik (p=0.010). Hoewel net niet significant, is het aannemelijk dat traumatisering ook een rol speelt in de relatie (p=0.063). De onderzoekers vonden een dosis-response relatie, dus blootstelling aan meerdere van deze risicofactoren, vergrootte de waarschijnlijkheid van het optreden van psychotische ervaringen. De ernst van de algemene psychische klachten medieerde inderdaad het effect van deze risicofactoren op psychotische ervaringen en verklaarde maar liefst 56 tot 68% van dat effect (alle p’s < 0.001). In het subsample van mensen met een stemmings- of dwangstoornis, modereerden trauma en urbanisatie de relatie tussen psychotische ervaringen en hulpzoekend gedrag wel, maar cannabis gebruik niet. Bij niet-psychotische stoornissen vergrootten omgevingsfactoren dus de waarschijnlijkheid van het optreden van psychotische ervaringen en hulpzoekend gedrag door een toename in algemene psychopathologie. Deze bevindingen zijn goed verenigbaar met de netwerktheorie. Symptoomclusters komen niet alleen samen voor, maar versterken elkaar ook. En evengoed als symptomen zich niet beperken tot een exclusieve diagnostische classificatie, doen risicofactoren dat ook niet. Zo zijn psychische klachten dus op indirecte wijze te beïnvloeden door andere klachten of contextuele factoren te behandelen. Dat biedt veel therapeutisch perspectief.

Guloksuz, S., van Nierop, M., Lieb, R., van Winkel, R., Wittchen, H.-U., & van Os, J. (2015). Evidence that the presence of psychosis in non-psychotic disorder is environment-dependent and mediated by severity of non-psychotic psychopathology. Psychological Medicine, 1-13. Doi:10.1017/S0033291715000380

Artikel