Nieuwsbrief 10
15 oktober 2005
Redactioneel
Nog geen abonnement op deze nieuwsbrief? Meld je aan bij www.gedachtenuitpluizen.nl
Registreren is gratis. Als u de nieuwsbrief als documentfile ontvangt kunt u de links volgen door de Ctrl toets ingedrukt te houden en de
link aan te klikken.
Stuur deze nieuwsbrief door naar
mogelijk geïnteresseerde anderen (Forward)
Bedankt.
Cognitieve gedragstherapie voor
prodromale symptomen en mensen met een hoog-risico voor psychose
Nu er
evidentie is dat cognitieve gedragstherapie de overgang naar een psychose kan
verminderen, is het de vraag hoe je een dienst moet organiseren. Voorafgaand
aan een effectiviteitstudie is in Londen gekeken hoe verwijzingen tot stand
kunnen komen en welk deel dan van de voorziening gebruik kan maken (Broome et al.,
2005). Het betrof de wijk Lambeth waar
over het algemeen een ondergebruik van hulpverlening is. De verwijzingen werden
door een psychiater en een psycholoog onderzocht op de aanwezigheid van ARMS
(at risk mental state), waarbij co-morbide stoornissen
uitgesloten werden.
Over een
periode van 30 maanden was er sprake van 180 verwijzingen, waarvan er
Jumping to
conclusions: state of trait?
Jumping to
conclusions wordt gevonden bij wanende en bij niet-wanende schizofrenie
patiënten (Moritz & Woodward, 2005). Bij de wanende patiënten is JTC
sterker. De neiging tot overreageren bij strijdige informatie is uitsluitend
een kenmerk van wanende schizofrenie patiënten.
Redeneren, emoties en
waanovertuiging
Bij 100
patiënten in Londen is cross-sectioneel het verband onderzocht tussen
redeneertendenzen, emoties en de uiteindelijke waanovertuiging (Garety et al.,
2005). De bevindingen zijn dat angst en
niet depressie bijdragen aan de waanovertuiging. De metacognitie dat de eigen
conclusies juist zijn en niet op een vergissing kunnen berusten (belief
flexibility) heeft eveneens invloed op de waanovertuiging. Deze metacognitie
wordt versterkt door een tweetal redeneertendenzen: Jumping to conclusions en
Dichotoom denken. Dit betekent voor de cognitieve gedragstherapie dat er aandacht
besteed moet worden aan nieuwe stijlen van denken voor
de patiënt. De patiënt moet leren reflecteren en alternatieven overwegen en dit
kan bevorderd worden door de redeneertendenzen te demonstreren en gaandeweg te
wijzigen. Dus verminderen van zwart-wit denken en meer informatie verzamelen
voordat de conclusie getrokken wordt.
Beïnvloeden van redeneerstijl
Meteen
hebben de Londenaren de daad bij het woord gevoegd. Bij 30 normale
proefpersonen is de redeneerstijl onderzocht (Freeman, Garety, McGuire, &
Kuipers, 2005).
Zij vulden
(1) lijsten in om depressie, angst en wanen te meten; (2)
vulden een maat in om confirmatief redeneren te meten voor en na een instructie
tot disconfirmatief redeneren en (3) zij maakten een belief evaluatie taak.
Vergeleken met individuen met een confirmatieve redeneerstijl, waren individuen
met een disconfirmatieve redeneerstijl minder gehaast bij het verzamelen van
informatie, onderzochten een groter aantal hypothesen, waren intelligenter en
waren minder depressief. Omgekeerd hadden mensen met een confirmatieve
redeneerstijl hogere niveaus van depressie en waren zij gepreoccupeerd met
waanachtige ideeën. De mensen die erin slaagden een disconfirmatieve
redeneerstijl aan te nemen gingen behoedzamer beslissingen nemen en zakten tot lagere
niveaus van preoccupatie en onbehagen door waanachtige ideeën. Individuen met
een disconfirmatieve regeerstijl rapporteerden meer evidentie zowel voor als
tegen hun overtuigingen in de belief evaluatie taak.
Welke zorg werkt?
Het
kenniscentrum schizofrenie, het post academisch onderwijs en de
Referenties
Broome,
M. R., Woolley, J. B., Johns, L. C., Valmaggia, L. R., Tabraham, P., Gafoor,
R., et al. (2005). Outreach and support in south London (OASIS): implementation
of a clinical service for prodromal psychosis and the at risk mental state. Eur Psychiatry, 20(5-6), 372-378.
Freeman, D., Garety, P. A., McGuire, P., &
Kuipers, E. (2005). Developing a
theoretical understanding of therapy techniques: an illustrative analogue
study. Br J Clin Psychol, 44(Pt
2), 241-254.
Garety, P. A., Freeman, D., Jolley, S., Dunn, G.,
Bebbington, P. E., Fowler, D. G., et al. (2005). Reasoning, emotions, and delusional conviction in psychosis.
J Abnorm Psychol, 114(3), 373-384.
Moritz, S., & Woodward, T. S. (2005). Jumping to conclusions in delusional and non-delusional
schizophrenic patients. Br J Clin
Psychol, 44(Pt 2), 193-207.