Nieuwsbrief 11

1 november 2005

 

 

 

Redactioneel

Nog geen abonnement op deze nieuwsbrief? Meld je aan bij www.gedachtenuitpluizen.nl Registreren is gratis. Als u de nieuwsbrief als documentfile ontvangt kunt u de links volgen door de Ctrl toets ingedrukt te houden en de link aan te klikken.

 

Welke zorg werkt?

Het kenniscentrum schizofrenie, het post academisch onderwijs en de schizofrenie stichting Nederland organiseren een groot congres op 24 november van dit jaar. Het heeft een zeer breed programma en zal de agenda voor de komende jaren neerzetten. Eindelijk weer eens een groot en betaalbaar congres in Nederland. Meld je snel aan, want het wordt al aardig vol. Klik hier of op het plaatje voor meer informatie.

 

Het begin van de psychose: deel 2 (zie ook Nieuwsbrief 9 van 1 oktober 2005)

De perinatale omstandigheden vergroten de kans op schizofrenie. Ondervoeding van de moeder tijdens de hongerwinter, de nabijheid van de zwangere moeder tot de atoombom op Hirosjima, het vernemen van de dood van de partner tijdens de zwangerschap vergroten allemaal de Odds Ratio een beetje op het krijgen van nageslacht met een schizofrenie. Het hebben van virusinfecties tijdens de zwangerschap toont soms wel, maar over het geheel geen verband met een kind met schizofrenie.

Mensen met schizofrenie werden vaker aangetroffen in de grote steden onder arme condities. Allereerst dacht men dat er sprake was van ‘social drift’: zieke mensen zonder werk en partner kwamen vanzelf in de armen wijken van de grote steden te wonen. Ook zou er in de grote stad meer tolerantie voor afwijkend gedrag bestaan. De laatste tijd wordt steeds duidelijker dat er ook omgevingsinvloeden van uitgaan. In de grote steden komt schizofrenie tweemaal vaker voor dan op het platteland.

Wicks en anderen hebben een bevolkingsonderzoek gedaan bij alle kinderen die in Zweden geboren zijn tussen 1963 en 1983 (Wicks, Hjern, Gunnell, Lewis, & Dalman, 2005). Dit zijn 2.100.000 mensen. Hazard ratio’s zijn berekend voor vijf verschillende indicatoren van de sociaal-economische positie van de personen: wonen in een huurhuis; lage sociaal-economische status; één ouder gezin; werkeloosheid; ontvanger van een uitkering. Er is gekeken in hoeverre deze indicatoren een ziekenhuisopname voor schizofrenie of een andere psychose konden voorspellen in de periode 1987 tot 2002.

Voor alle indicatoren werd gevonden dat zij een grotere kans op schizofrenie voorspelden in de bovenstaande volgorde. Mensen met vier van de vijf kenmerken hadden een 2.7 keer hoger risico op schizofrenie.

Naast de genetische kwetsbaarheid voor psychotische reacties is er een omgevingsfactor noodzakelijk, maar ook een bepaalde psychologische reactie. Hanssen en anderen uit Maastricht vinden dat het hebben van een psychotisch kenmerk ongeveer 100 maal vaker voorkomt in de bevolking dan het hebben van een schizofrenie. Bij de meeste mensen is zo’n psychotische ervaring van voorbijgaande aard. Zo’n 8 % heeft na twee jaar nog steeds subklinische symptomen en een net zo’n groot deel van 8% heeft na 2 jaar een klinisch beeld ontwikkeld (Hanssen, Bak, Bijl, Vollebergh, & van Os, 2005). Bij het onderzoeken wat de kenmerken zijn van hen die een stoornis ontwikkelen blijkt dat deze laatste groep een sterke emotionele reacties heeft op de secundaire appraisal van de psychotische symptomen. De bevestiging van het idee dat de psychotische symptomen op zichzelf niet leiden tot lijdensdruk, maar dat de betekenisgeving ervan in termen van macht en kwaadwillendheid van doorslaggevend belang zijn bij de schizofrene psychose.

In hetzelfde nummer van het British Journal of Clinical Psychology staan nog twee artikelen die gaan over dit catastrofale appraisal proces. Krabbendam en anderen uit Maastricht vonden dat gegeven het feit dat iemand in de bevolking een stem heeft gehoord, de groep die na 1 jaar depressief was een groter risico heeft om na 3 jaar een schizofrene psychose te hebben ontwikkeld (Krabbendam et al., 2005). Eenzelfde bevinding komt uit Londen maar dan bij visuele hallucinaties (Gauntlett-Gilbert & Kuipers, 2005). Bij 20 psychiatrisch patiënten met visuele hallucinaties is gekeken naar de mate van lijdensdruk. Hallucinaties die opgevat werden  als een gave en het gevolg van een uitverkoren status werden als positief gewaardeerd. Imperatieve hallucinaties en hallucinaties die werden opgevat als veroorzaakt door kwaadwillende vervolgers leidden wel tot lijdensdruk. Opvallend is dat net als bij het horen van stemmen de inhoud van de hallucinaties er niet veel toe doet (van der Gaag, Hageman, & Birchwood, 2003). De appraisals staan tamelijk los van de inhoud en lijken meer verbonden met de persoonlijke historie.

 

Stuur deze nieuwsbrief door naar mogelijk geïnteresseerde anderen (Forward)

Bedankt.

 

Referenties

Gauntlett-Gilbert, J., & Kuipers, E. (2005). Visual hallucinations in psychiatric conditions: appraisals and their relationship to distress. Br J Clin Psychol, 44(Pt 1), 77-87.

Hanssen, M., Bak, M., Bijl, R., Vollebergh, W., & van Os, J. (2005). The incidence and outcome of subclinical psychotic experiences in the general population. Br J Clin Psychol, 44(Pt 2), 181-191.

Krabbendam, L., Myin-Germeys, I., Hanssen, M., de Graaf, R., Vollebergh, W., Bak, M., et al. (2005). Development of depressed mood predicts onset of psychotic disorder in individuals who report hallucinatory experiences. Br J Clin Psychol, 44(Pt 1), 113-125.

van der Gaag, M., Hageman, M. C., & Birchwood, M. (2003). Evidence for a cognitive model of auditory hallucinations. J Nerv Ment Dis, 191(8), 542-545.

Wicks, S., Hjern, A., Gunnell, D., Lewis, G., & Dalman, C. (2005). Social Adversity in Childhood and the Risk of Developing Psychosis: A National Cohort Study. Am J Psychiatry, 162(9), 1652-1657.