
Nieuwsbrief
12
19 november 2005
Redactioneel
Nog geen abonnement op deze nieuwsbrief? Meld je aan bij www.gedachtenuitpluizen.nl
Registreren is gratis. Als u de nieuwsbrief als documentfile ontvangt kunt u de
links volgen door de Ctrl toets ingedrukt te houden en de link aan te klikken.
Stuur deze nieuwsbrief door naar
mogelijk geïnteresseerde anderen (Forward)
Bedankt.
Psychose en depressie
Psychose en
depressie zijn al lang dediscussieerd. Bleuler was de
eerste die stelde dat affectieve problemen de kern vormen van schizofrenie en
dat wanen en hallucinaties slechts ‘accessoire’ of aanvullende symptomen zijn
en voorkomen bij vele andere stoornissen.
In een
speciaal nummer van het European Archives of Psychiatry and Clinical
Neuroscience gaan
Zij gaan in
op drie verschillende manifestatie van depressie.
PPD
De groep
met een postpsychotische depressie is onderzocht in een studie met 105 patiënten
met een acute psychose die daarna gedurende 12 maanden vervolgd zijn. Van de
groep was 70% bij aanvang van de studie depressief (BDI-score van 15 of hoger).
Van deze groep zakten er 48 (87%) bij een van de FU metingen onder de depressie
drempel en was dus niet langer depressief. 26 daarvan (54%) werd opnieuw
depressief en 22 (46%) bleef niet-depressief. Er waren 13 patiënten die
niet-depressief waren bij de aanvang, maar dat later niet werden en 9 patiënten
waren nooit depressief.
De gegevens
zijn gecombineerd in de volgende beloopsvormen:
PPD
Geen PPD
Depressie
bij aanvang verhoogde niet de kans op een PPD. Ook zijn er geen verschillen
tussen PPD en geen PPD m.b.t. leeftijd bij aanvang van de psychose, ziekteduur,
totaal aantal opnamen, geslacht, burgerlijke staat, etniciteit en juridische
status.
De
psychologische verschillen tussen de PPD en de geen PPD groep in de predepressieve
fase waren dat de PPD groep gekenmerkt werd door de tendens de oorzaak van de
psychose aan zichzelf toe te schrijven in plaats van een externe ziekte, zij
ervaarden een groter verlies aan autonomie en gewaardeerde rollen; zij zagen
zichzelf als vernederd en gevangen door hun ziekte. Depressieve patiënten vertoonden
ook meer ziektebesef, schreven hun symptomen en de ziekte toe en gaven aan een
grotere behoefte aan behandeling te hebben. Postpsychotische depressie is dus redelijk
te voorspellen met psychologische maten en te behandelen met cognitieve
gedragstherapie.
Depressie bij stemmenhoorders
Ongeveer
60% van de stemmenhoorders is ernstig depressief en 75% rapporteerde ernstige
verontrusting bij het horen van stemmen. De emotionele reactie op de stemmen
heeft niet zozeer met de inhoud van de stemmen te maken, maar veeleer met de
opvattingen over de stemmen. Kwaadwillende machtige stemmen worden aanvankelijk
met verzet tegemoet getreden, maar uiteindelijk gehoorzaamd of op zijn minst
gedeeltelijk tegemoet gekomen (appeasement). De vraag is wat nu precies deze
onderdanige houding aan stemmen veroorzaakt (depressie, psychose of sociale
schema’s).
Met behulp
van Structural Equation Modeling zijn deze drie modellen onderzocht
Model 1:
Depressie leidt tot distress tijden stemmen, onderdanigheid aan stemmen en onderdanigheid
aan anderen.
Model 2:
Hoogfrequente stemmen en wanen over de stemmen leiden tot depressie,
onderdanigheid aan stemmen en onderdanigheid aan anderen.
Model 3: Interpersoonlijke
schema’s leiden tot depressie, distress bij stemmen, onderdanigheid aan
stemmen.
Modellen 1
en 2 pasten niet op de data, maar model werd door de data bevestigd.
Het
uiteindelijke resultaat van de SEM is als onderstaand

Depressie tijdens de acute psychose
Voorlopige
gegevens uit een studie waar nu 37 patiënten inzitten, toont aan dat
Consequenties voor de behandeling
Het
voorschrijven van antidepressiva bij schizofrenie heeft een zwak effect en de
evidentie is beïnvloed door een publicatie bias (Whitehead,
C. et al.). De gegevens uit de publicatie van
Birchwood suggereren dat een cognitieve gedragstherapie bij depressie meer geïndiceerd
is.
Zowel in de
acute fase, bij blijvende stemmen en tijdens de postpsychotische depressie zijn
sterke psychologische determinanten van de depressie aanwezig en de technieken
van cognitieve gedragstherapie lijken geschikt om deze beoordelingen van de
psychose in gunstige zin te beïnvloeden.
Referenties
Birchwood, M., Iqbal, Z., Upthegrove, R., 2005. Psychological pathways to depression in schizophrenia.
European Archives of Psychiatry and Clinical Neuroscience, 255, 202-212.
Whitehead, C., Moss,
S., Cardno, A., Lewis, G., Lewis,
G.U.B.C.H.C.H.B.E.B.S., Jl. Antidepressants
for the treatment of depression in people with schizophrenia: A systematic
review. 2003. Psychological Medicine, 33, 589-599.