
Nieuwsbrief
14
Kerstmis 2005

Redactioneel
Nog geen abonnement op deze nieuwsbrief? Meld je aan bij www.gedachtenuitpluizen.nl
Registreren is gratis. Als u de nieuwsbrief als documentfile ontvangt kunt u de
links volgen door de Ctrl toets ingedrukt te houden en de link aan te klikken.
Twee vormen van betrekkingswanen
Betrekkingswanen
komen heel veel voor, maar er is eigenlijk nog maar weinig onderzoek naar
gedaan. Toch heeft tweederde van de schizofrenie patiënten betrekkingswanen.
Een mogelijke reden voor het geringe onderzoek is het idee dat betrekkingswanen
altijd onderdeel uitmaken van achtervolgingswanen. Dit blijkt uit een kleine
studie met 57 patiënten niet het geval te zijn. Betrekkingswanen zijn
samengesteld uit twee goed te onderscheiden vormen, namelijk observatie
betrekkingswanen en communicatie betrekkingswanen (Startup, M. and Startup, S., 2005). Beoordelaars deelden
betrekkingswanen in zeven vormen in, namelijk of de patiënt geloofde dat de
informatie gecommuniceerd werd op de volgende wijzen: (1) verbaal (hint,
dubbele betekenis), (2) non-verbaal (gebaren, blikken, kleding), (3) media (TV,
radio, tijdschriften), (4) dieren, (5) levenloze objecten (knipperende lampjes,
machine geluiden, plaatsing van voorwerpen), (6) roddelen (verspreiden van
geruchten), (7) surveillance (volgen en in de gaten houden). De beide
beoordelaars konden met grote betrouwbaarheid de
verschillende betrekkingwanen classificeren. Factor analyse leverde twee
factoren op: een factor communicatie betrekkingswanen (verbaal, non-verbaal,
media, levenloze objecten) en een factor observatie betrekkingswanen (roddel,
surveillance). Alleen deze laatste vorm van betrekkingswanen was geassocieerd
met achtervolgingswanen. Achtervolgingswanen kenmerken zich dus door de waan
dat anderen kwaad beramen, hypervigilantie bij het scannen van de omgeving op gevaar, snelle en
weinig accurate oordeelsvorming (jumping to conclusions), vermijdingsgedrag en
observatie betrekkingswanen.
De
communicatie betrekkingswanen staan hier los van en
zijn veel minder geassocieerd aan psychopathologie. De waan dat voorwerpen en
situatie met opzet zo zijn gearrangeerd, is geassocieerd met passiviteitervaringen
en grandiositeit.
Stuur deze nieuwsbrief door naar
mogelijk geïnteresseerde anderen (Forward)
Bedankt.
Inzicht en compliance met een korte
vorm van cognitieve gedragstherapie
Een handleiding is ontwikkeld voor
een vorm van cognitieve gedragstherapie die inzicht in schizofrenie moet
bevorderen. De handleiding volgt een semi-gestructureerde aanpak, terwijl de
behandelplannen geïndividualiseerd werden. De sessies behandelden de ‘engagement’, het ontwikkelen van verklaringen voor
symptomen, het uitzoeken van de diagnose schizofrenie, symptoom management strategieën,
medicatietrouw bevordering, disfunctionele attitudes, en relaps preventie (Rathod, S. et al.,
2005). Uit zes deelnemende instellingen
stroomden 422 patiënten in de studie in. 257 kregen de experimentele
behandeling en 165 kregen ‘Treatment as usual’. De cognitieve
gedragstherapie groep verbeterde in ‘inzicht in compliance’ en ‘inzicht in het
herlabelen van symptomen als pathologisch’ vergeleken met de controlegroep. De
groep met meer inzicht werd echter ook depressief. De 'Afrikaans-Caribische' en
de 'Zwart-Afrikaanse' subgroepen vertoonden meer uitval uit de studie en de 'Zwart-Caribische'
groep vertoonde minder inzicht. Het ontbreekt in de studie dat niet beoordeeld
is of de verbeterde inzicht ook tot daadwerkelijke
verbeterde medicatie inname heeft geleid en of ook daadwerkelijk het aantal
relapsen verminderd is.
Verminderde emotionaliteit en
sociaal functioneren
Affectvervlakking
is een lastig concept. De leek denkt dat de patiënt geen emoties meer ervaart. Nader
onderzoek heeft getoond dat deze patiënten zelfs meer activiteit
vertonen in de hersengebieden die met
emotie te maken hebben, maar dat zij geen expressie kunnen geven aan de emoties
door mimiek en gebaar. Cohen en anderen gaan nader in op de verbaden
tussen zelfgerapporteerde verminderde emotie (ZVE), sociaal functioneren, fysieke
en sociale anhedonie, negatieve en deficit symptomen (Cohen, A.S. et al.,
2005). 73 patiënten uit state
hospitals (dit zijn de
allerziekste patiënten) zijn onderzocht . De bevindingen zijn weer ingewikkeld.
Patiënten met ZVE functioneerden sociaal minder goed, maar hadden gelijke
niveaus van fysieke en sociale anhedonie, en significant minder negatieve en deficit
symptomen. Voorts was er een substantieel verschil in ZVE en de beoordelingen
van andere getrainde observatoren. Hoe zit dat? Het lijkt paradoxaal dat de 14%
patiënten met ZVE even gezond of gezonder waren dan andere patiënten in de
meeste opzichten, maar toch slechter sociaal functioneerden. De enige plausibele verklaring die de onderzoekers noemen is dat het
een artefact is van de restrictieve ziekenhuisregimes in state
hospitals. De gezondere
patiënten passen zich mogelijk moeilijker aan het ziekenhuis regime aan. Zij
vonden dat de patiënten met ZVE zich meer terugtrekken uit de activiteiten op
de afdeling en zich emotioneel terug te trekken uit de contacten met medepatiënten,
terwijl hun levensvaardigheden en werkvaardigheden gelijk waren aan die van
anderen. De zaak blijft vooralsnog onopgelost.
Referenties
Cohen,
A.S., Dinzeo, T.J., Nienow, T.M., Smith,
D.A., Singer, B., Docherty, N.M., 2005. Diminished Emotionality and
Social Functioning in Schizophrenia. J Nerv Ment Dis, 193, 796-802.
Rathod, S., Kingdon, D., Smith, P., Turkington,
D., 2005. Insight into schizophrenia: the effects of cognitive behavioural
therapy on the components of insight and association with sociodemographics--data
on a previously published randomised controlled trial. Schizophrenia Research, 74, 211-219.
Startup, M., Startup, S., 2005. On two kinds
of delusion of reference. Psychiatry Res, 137, 87-92.