
Nieuwsbrief
2
15 juni 2005
Sinds de vorige nieuwsbrief is er op de website het bestand
‘Werkaantekeningen cognitief gedragstherapeut’ bijgekomen. U kunt het
downloaden en gaan gebruiken. Er is een mooi overzichtsartikel over cognitieve
gedragstherapie geschreven door Tim Beck en Neal Rector. We zullen het hier niet bespreken. Het is
gratis te downloaden vanaf http://arjournals.annualreviews.org/toc/clinpsy/1/1?cookieSet=1
In Behaviour Research and Therapy 42 (2004)
1377–1401 is een ‘invited essay’ geschreven
door Nick Tarrier en Til Wykes.
Het is een nieuwe meta-analyse over 20 trials naar cognitieve gedragstherapie
bij schizofrenie. De conclusie is dat er over het
geheel goede evidentie is voor
de effectiviteit van
cognitieve gedragstherapie bij schizofrenie. http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=PubMed&dopt=Citation&list_uids=15500811
Subotnik en andere medewerkers
van de universiteit van California hebben het gebrek
aan ziektebesef bij patiënten met schizofrenie onderzocht. De vraag daarbij was
of het neurocognitieve problemen zijn of meer psychologische
defensiestrategieën. Aandachtsproblemen zij gemeten met twee vormen van de Continuous Performance Test; een met stimuli die
gedegradeerd waren in scherpte en een met een geheugenlading. Uit de Minnesota Multiphasic Personality Inventory zijn drie
schalen gebruikt; L (leugenschaal), K(correctie) en R (repressie).
Bij niet-psychotische patiënten hing een beter ziektebesef samen met betere
score op de CPT. Mensen die ook in remissie nog
steeds weinig ziektebesef hebben worden door gekarakteriseerd door
aandachtsproblemen. Bij psychotische patiënten daarentegen
hing slecht ziektebesef samen met sociaal wenselijk
gedrag, behoedzaamheid,
precisie en traagheid en geruststelling om sociale conflicten te voorkomen.
Deze subgroep was het minst in staat om hallucinaties toe te schrijven aan de psychiatrische
stoornis. Psychotische patiënten die rigide waren bij probleem oplossen en persoonlijk
falen ontkenden waren het minst in staat zich bewust te worden van de gunstige effecten
van antipsychotische medicatie.
Het lijkt er dus op dat de patiënten die kopje onder gaan in de psychose
meer geneigd zijn te externaliseren en zichzelf te
sparen van kritiek. Na het verbleken van de psychose komt bij een deel van de
patiënten meer ziektebesef, maar het deel van de patiënten met ernstige aandachtproblemen
blijft met weinig ziektebesef achter.