
Nieuwsbrief
24
4 juni 2006
Cursus en workshop agenda
De cursus Gedachten Uitpluizen aangeboden via het
Kenniscentrum Schizofrenie is overtekend. In oktober 2006 zal een nieuwe cursus
aangeboden worden.
Op 9 juni
organiseert dezelfde sectie een beginnerworkshop cognitieve gedragstherapie bij
psychose door
Er zijn nog een paar plaatsen vrij. De workshop wordt
gegeven in het verenigingsgebouw van de VGCt, Maliebaan 50b te Utrecht.
Intekenen voor de workshop kan op de website van de VGCt op http://www.vgct.nl/site307/index.jsp?USMID=159&MID=906
De continuïteit van psychose en
onderliggende mechanismen onder de bevolking
Na de
prevalentiecijfers over het voorkomen van een psychotisch symptoom onder
bevolking in Amerika: 25% (geboortecohort van n=760) [1] tot 28.4% (n=5877)
[2], Nederland 17.5% (n=7076) [3], Duitsland 17.5% (n=2548) [4], Engeland 5.5%
(n=8580) [5], een Engels-Duits-Italiaans cohort 38.7% (n=13057) [6], is er nu
ook een Australische studie verschenen. Scott e.a. vonden onder de bevolking
(n=10641) dat 11.7% positief was op minstens één psychose screening item [7].
Een hogere prevalentie werd aangetroffen bij jonge mensen, migranten van
niet-Engels sprekende landen, ongehuwden, gescheiden en werklozen en bij mensen
die leefden in stedelijke omgevingen en een lage sociaaleconomische klasse. De
cijfers zijn lager omdat de screening niet gekeken heeft naar het voorkomen van
hallucinaties.
Dit grote
aantal studies toont overduidelijk aan dat psychotische verschijnselen in ruime
mate onder de bevolking voorkomen en ook niet altijd een teken van ernstige
psychopathologie zijn. Hallucinaties bij kinderen zijn niet altijd geassocieerd
met ernstige psychiatrische aandoeningen op latere leeftijd, ondanks het feit
dat ongeveer de helft blijvend stemmen hoort [8].
Als
patiënten met hallucinaties en wanen naar hun eigen spraak luisteren terwijl
die akoestisch vervormd is, dan schrijven zij de stem vaker aan een ander toe.
Hoe zit dat bij normale mensen onder de bevolking? Bij 57 normalen werden
hallucinatie en waan proneness schalen afgenomen [9]. Deze meten subklinische
psychotische fenomenen. Daarna luisterden zij naar woorden die door hen zelf of
door een ander waren ingesproken en vervormd of onvervormd werden
gepresenteerd. Foutieve attributie kwamen het meeste voor bij de eigen
vervormde spraak. Dit effect is sterker bij mensen met een hoge mate van
waanachtige gedachten en vooral bij hen met een sterke mate van overtuigdheid
van de correctheid van hun waanachtige ideeën. Er was een trend voor het
verband met hallucinatie proneness. Deze studie concludeert dat misattributie
of bronmonitoring problemen en onderliggend fenomeen is bij psychose en dat dit
ook in de normale populatie met elkaar geassocieerd is.
Bij
Amerikaanse studenten is gevonden dat mensen met een hogere waan proneness ook
de neiging hebben zelfverzekerder te zijn over de correctheid van hun (vaak
onjuiste) antwoorden [10]. Deze bevinding is identiek bij normalen en bij
psychotische patiënten. Daarentegen stonden de mensen met een hoge waan
proneness juist meer open voor feedback van anderen en dat was een onverwachte
bevinding.
Een ander
aspect is dat neurocognitie in sterke mate bepaald hoe maatschappelijk
succesvol patiënten met schizofrenie functioneren. Hoe zit dat bij mensen met
een ultrahoog risico (UHR) op een schizofrene psychose? Niendam e.a. van de
Universiteit van California onderzochten 45 UHR patiënten [11]. Zij vonden dat
ondanks de afwezigheid van psychotische symptomen deze groep cognitieve
problemen ondervond, vooral als snelle informatieverwerking en efficiënt
geheugengebruik gevraagd werd. De cognitieve stoornissen waren geassocieerd aan
verminderd sociaal functioneren en niet aan de ernst van klinische symptomen.
Ook hier is duidelijk dat de functionele beperkingen een parallel vertonen aan
de functionele beperkingen van mensen met een psychose.
Deze recente studies tonen dus niet alleen dat psychotische
kenmerken veel voorkomen onder de bevolking, maar dat ook cognitieve processen
identiek zijn en dat neurocognitieve beperkingen vooral het verminderd
maatschappelijk functioneren bepalen en niet zo zeer de symptomen. Het is
verlokkelijk om de UHR groep te ondersteunen en te helpen een psychotische
decompensatie te voorkomen. Niet dat de symptomen zo ernstig zijn, maar vooral
om maatschappelijke stigmatisering en uitstoting te voorkomen bij deze groep.
Redactioneel
Nog geen abonnement op deze
nieuwsbrief? Meld je aan bij www.gedachtenuitpluizen.nl
Het registreren is kosteloos. Als u de nieuwsbrief als documentfile ontvangt
kunt u de links volgen door de Ctrl toets ingedrukt te houden en de link aan te
klikken. Stuur deze nieuwsbrief (Forward) door naar mogelijk geïnteresseerde
anderen.
Referenties:
1. Poulton,
R., et al., Children's self-reported
psychotic symptoms and adult schizophreniform disorder: a 15-year longitudinal
study. Arch Gen Psychiatry, 2000. 57(11):
p. 1053-8.
2. Kendler,
K.S., et al., Lifetime prevalence,
demographic risk factors, and diagnostic validity of nonaffective psychosis as
assessed in a US community sample: the National Comorbidity Survey. Arch
Gen Psychiatry, 1966. 53: p.
1022-1031.
3. van
Os, J., et al., Strauss (1969) revisited:
a psychosis continuum in the general population? Schizophr Res, 2000. 45(1-2): p. 11-20.
4. Spauwen,
J., et al., Sex differences in psychosis:
normal or pathological? Schizophr Res, 2003. 62(1-2): p. 45-9.
5. Johns,
L.C., et al., Prevalence and correlates
of self-reported psychotic symptoms in the British population. Br J
Psychiatry, 2004. 185: p. 298-305.
6. Ohayon,
M.M., Prevalence of hallucinations and
their pathological associations in the general population. Psychiatry Res,
2000. 97(2-3): p. 153-64.
7. Scott,
J., et al., Psychotic-like experiences in
the general community: the correlates of CIDI psychosis screen items in an
Australian sample. Psychol Med, 2006. 36(2):
p. 231-8.
8. Edelsohn,
G.A., Hallucinations in children and
adolescents: considerations in the emergency setting. Am J Psychiatry, 2006.
163(5): p. 781-5.
9. Allen,
P., et al., Misattribution of
self-generated speech in relation to hallucinatory proneness and delusional
ideation in healthy volunteers. Schizophr Res, 2006. 84(2-3): p. 281-8.
10. Warman,
D.M. and J.M. Martin, Cognitive insight
and delusion proneness: An investigation using the Beck Cognitive Insight
Scale. Schizophr Res, 2006. 84(2-3):
p. 297-304.
11. Niendam,
T.A., et al., Neurocognitive performance
and functional disability in the psychosis prodrome. Schizophr Res, 2006. 84(1): p. 100-11.