Adobe Systems

 

Nieuwsbrief 3

3 juli 2005

 

Redactioneel

Nog geen abonnement op deze nieuwsbrief? Meld je aan bij www.gedachtenuitpluizen.nl Registreren is gratis.

Het artikel van Beck en Rector in de vorige nieuwsbrief kan helaas niet gratis worden gedownload. Excuses voor de misvatting.

 

Drugs en psychose

De Amsterdamse schizofrenie onderzoeksgroep heeft een overzichtsartikel gepubliceerd over adolescentie, schizofrenie en drugsgebruik. Er wordt een nieuwe hypothese naar voren gebracht. In de adolescentie wordt er gesnoeid in het aantal dendrieten (uitlopers van de zenuwcellen in de hersenen). Alles wat overbodig is wordt weggesnoeid en uitsluitend functionele banen naar de voorste hersengebieden blijven bestaan. Er is al eerder gesuggereerd dat dit proces bij schizofrenie mogelijk te lang doorgaat, waardoor de frontale hersenen met te weinig aanvoer van informatie komen te zitten. Dit veroorzaakt anhedonie en dysforie. Tegelijkertijd zijn anhedonie en dysforie risicofactoren voor drugsgebruik en de hoge mate van drugsgebruik door mensen die schizofrenie ontwikkelen of net ontwikkeld hebben kan dus ook veroorzaakt zijn door deze draaikolk. De hypofrontaliteit leidt tot minder inhibitie en daardoor kunnen triviale stimuli als belangrijk worden ervaren. Dit leidt tot psychotische symptomen, maar speelt eveneens een belangrijke rol bij craving (de zucht weer te gebruiken). Er is dus mogelijke sprake van wederzijdse versterking van psychotische en verslavingsprocessen.

http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=PubMed&dopt=Citation&list_uids=15885506

 

Sociale angst en psychose

Voges en Addington uit Canada hebben sociale angst bestudeerd in en cohort van 60 eerste episode patiënten. Het doel was om te bezien of er een relatie bestaat tussen sociale angst en sociaal functioneren in de ze patiënten en te bepalen of disfunctionele gedachten over sociale sittuaties een rol spelen in de psychose. Tweeëndertig procent voldeed aan de DSM criteria voor sociale fobie. De correlaties tonen verbanden tussen hoge sociale angst en verminderd sociaal functioneren (r=-.32), depressie (r=.29) en negatieve symptomen (r=.32), maar niet met kwaliteit van leven en positieve symptomen. De correlatie tussen negatieve symptomen en sociaal functioneren (r=.46) was echter sterker. Negatieve zelfuitspraken zijn sterk geassocieerd aan hoge sociale angst (r=.74) en verminderd sociaal functioneren (r=.35). Omdat alles met alles gecorreleerd is kan met hiërarchische regressie-analyse onderzocht worden wat de sterkste voorspellers zijn van het sociaal functioneren.  Hieruit blijkt dat negatieve symptomen en negatieve zelfuitspraken significant het sociaal functioneren voorspellen, maar sociale angst niet meer. Omdat negatieve zelfuitspraken erkend worden door de patiënten, kunnen deze mogelijk met cognitieve gedragstherapie veranderd worden, hetgeen tot een verbeterd sociaal functioneren kan leiden.

http://www.sciencedirect.com/science/article/B6TC2-4FDJ7CV-1/2/a802cebc6044b33c3174a29f7297a5fc

 

Welke zorg werkt?

Het kenniscentrum schizofrenie, het post academisch onderwijs en de schizofrenie stichting Nederland organiseren een groot congres op 24 november van dit jaar. Het heeft een zeer breed programma en zal de agenda voor de komende jaren neerzetten. Eindelijk weer eens een groot en betaalbaar congres in Nederland. Klik op het plaatje voor meer informatie.

 

 

Moeder en psychose

Het eerste casusverslag is verschenen van een moeder die een informele cognitieve therapie doet bij haar 32-jarige paranoïde zoon. De meeste symptomen waren onder controle van Clozapine, maar op straat dacht hij vaak dat mensen hem uitlachten. Zij spraken af dat hij haar zou bellen als dat het geval was. Geruststellen bracht geen verandering in de situatie. Daarna suggereerde moeder dat de mensen misschien om andere redenen of mensen lachten. De patiënt ontkende dit, maar gaf na enkele weken toe dat het mogelijk zou kunnen zijn. Toen na een paar rustige weken de betrekkingideeën weer opspeelden, besloot moeder met haar zoon de straat op te gaan en vroeg hem te melden als hij dacht dat anderen over hem spraken.  Op dat moment werd de situatie beschreven en op een meer realistische wijze beoordeeld. Deze niet-confronterende en niet-geruststellende wijze van gezamenlijk bediscussiëren en testen van de situatie, bracht de patiënt er toe zijn betrekkingideeën te verlaten. Bij dwang en angststoornissen zijn al eerder succesvol verwanten ingezet bij de behandeling. Mogelijk ligt er hier een mogelijkheid om ouders en andere betrokkenen in te schakelen bij de behandeling in een ‘real life setting’.

http://www.sciencedirect.com/science/article/B6VM1-4F1502R-3/2/ba9703b083cb2c4a3717da3992e0a1a7

 

Stuur deze nieuwsbrief door naar mogelijk geïnteresseerde anderen (Forward)

Bedankt.