
Nieuwsbrief
32
1 december 2006
Expliciete en impliciete eigenwaarde (self-esteem)
In
1995 hebben Greenwald en Banaji voor het eerst het begrip impliciete
eigenwaarde geïntroduceerd 1. Een overzicht van het onderzoek naar dit begrip is
beschreven in ‘the Netherlands Journal of Psychology’ 2.
Impliciete
eigenwaarde gaat terug op een observatie van William Jones in 1890 dat mensen
buitengewoon houden van eigendommen en zaken die aan het zelf verbonden zijn.
Onze kinderen zijn knapper, onze auto is de beste, ons
huis is het meest comfortabel.
Expliciete
eigenwaarde wordt beschouwd een bewust zelfevaluatief proces te zijn, dat
gemeten kan worden met vragenlijsten met uitspraken over onszelf.
Impliciete
eigenwaarde is gebaseerd
op een automatisch en voorbewust zelfevaluatief proces. Het blijkt uit
waardering van objecten die van onszelf zijn zoals pennen en koffiekoppen, de
letters uit onze naam en de cijfers uit onze geboortedatum.
Uit
bevolkingsonderzoek blijkt dat in Florida meer Florences wonen dan op grond van
kans kan worden verwacht. In Georgia wonen meer Georges; in Louisiana meer
Louise, etc. Er is dus een trek naar staten met aantrekkelijke letters in de
naam. Ook de partnerkeuze wordt beïnvloed door onze voorkeur voor letters uit
onze eigen naam. Vijf achternamen werden gekozen (Smith, Jones, Williams, Jones
en Brown). Er blijken meer Smith-Smith huwelijken zijn dan Smith-Jones
huwelijken en dat gaat ook op voor alle andere namen.
Expliciete
en impliciete eigenwaarde zijn maar zeer beperkt met elkaar geassocieerd. Het
bepalen van de expliciete eigenwaarde veronderstelt een bewuste en actieve
constructie van de antwoorden en kan dus gebiasd raken (bijvoorbeeld rooskleuriger
dan in werkelijkheid). Dat blijkt ook uit onderzoek. Mensen die snel antwoorden
op een vragenlijst naar expliciete eigenwaarde hebben een hoge correlatie
(0.51) tussen expliciete en impliciete eigenwaarde. De langzame invullers vertoonden
in het geheel geen correlatie (-.06).
Wat
zijn de effecten van impliciete eigenwaarde? Met ‘experience
sampling’ werd tien maal per dag geïnformeerd naar ervaren emoties 3. Naarmate de impliciete eigenwaarde lager was,
ervaarden de proefpersonen meer negatieve emoties. Dit effect is er niet voor
positieve emoties. Impliciete eigenwaarde verhoogt dus niet onze stemming, maar
het beschermt ons tegen dreigende negatieve beïnvloeding. Impliciete
eigenwaarde heeft de effecten nog steeds als er statistisch wordt gecontroleerd
voor de mate van expliciete eigenwaarde.
Wat
bepaalt impliciete eigenwaarde? De lange termijn effecten van expliciete en
impliciete eigenwaarde zijn anders. Impliciete eigenwaarde is stabieler,
terwijl expliciete eigenwaarde snel kan wisselen afhankelijk van de
omstandigheden. De opvoedingsstijl van ouders is van invloed. Zorgende ouders
hebben kinderen met een hogere impliciete eigenwaarde dan meer verwaarlozende
ouders. Ook overbeschermende ouders hebben kinderen met een lagere impliciete
eigenwaarde. Het wordt dus al sterk bepaald door ervaringen in de vroege jeugd.
Kan
impliciete eigenwaarde beïnvloed worden? Ja, ondanks het
wat minder flexibele karakter kan het met eenvoudige conditionering beïnvloed worden. Als zelfrelevante stimuli gepaard gaan aan
positieve stimuli dan neemt de impliciete zelfwaarde snel toe. Dus contraconditioneren,
ook wel evaluatief conditioneren genoemd, is in staat de impliciete eigenwaarde
te veranderen. Na dit conditioneringsproces zijn mensen in staat om minder
agressie te tonen na een belediging 3 en ervaren zij geen
verandering in stemming na negatieve feedback in tegenstelling tot mensen met
een niet-geconditioneerde impliciete eigenwaarde 4.
Hoe
zit het met de combinatie van expliciete en impliciete eigenwaarde?
Mensen
met een lage impliciete eigenwaarde en een hoge expliciete eigenwaarde worden ‘kwetsbaar’
of ‘defensief’ genoemd; mensen met beide hoge eigenwaarden worden ‘zeker’
genoemd. De groep mensen met een kwetsbare eigenwaarde zijn vaker onrealistisch
optimistisch; kiezen vaker voor een vlijende zelfbeschrijving dan voor een
realistische; vertonen meer narcistische trekken en meer defensief gedrag bij
bedreiging van de expliciete eigenwaarde.
Wat
betekent dit nu voor cognitieve gedragstherapie met mensen met een psychose?
Expliciete eigenwaarde is een bewust evaluatief proces en kan dus beïnvloed
worden door nadenken, uitdagen van disfunctionele overtuigingen, etc.
Impliciete eigenwaarde daarentegen is geen bewust
evaluatief proces. Het lijkt daarin meer op schematische kennis of
kerncognities. Het gaat om tamelijk stabiele opvattingen over het zelf. Hier bij kan contraconditioneren
of evaluatief conditioneren behulpzaam zijn. Het COMET protocol dat beschreven
staat in deel 4 van de kenniscentrum reeks die te
verkrijgen is op www.kenniscentrumschizofrenie.nl
is een voorbeeld van zo’n conditioneringsproces bij mensen die stemmen horen en
die bij voortduring een negatief impliciete eigenwaarde geactiveerd houdt 5. De procedure maakt gebruik van positieve
herinneringen en beelden die gekoppeld worden aan de stemmen die daardoor niet
langer een negatieve stemming kunnen induceren.
Agenda
Mark
van der Gaag is hoogleraar klinische psychologie geworden met de leeropdracht
‘Cognitieve gedragstherapie bij psychose’ aan de Vrije Universiteit te
Amsterdam. Zijn oratie is op 2 maart 2007 om 15:45 uur
in de Aula van de Vrije Universiteit aan de Boelelaan
in Amsterdam. Wie belangstelling heeft kan daar komen luisteren.
Ben
Steultjens verzorgt weer een bijscholingscursus: Psychologische behandeling van auditieve hallucinaties. Het Instituut voor Rationele
Therapie te Nijmegen organiseert een sterk op de praktijk toegesneden cursus
voor therapeuten die werken met cliënten die in hun dagelijkse leven in sterke
mate gehinderd worden door hallucinaties en wanen. Hoewel in deze cursus de
veel voorkomende auditieve hallucinaties, het horen van stemmen, centraal
staan, zal ook aandacht besteed worden aan andere
vormen van hallucinaties, zoals visuele, en aan wanen, in combinatie met
hallucinaties. Zowel individuele als groepsbehandeling komen aan bod.
|
Docent |
drs. Ben Steultjens |
|
Data |
4 Vrijdagen van 9.30 tot 16.30: voorjaar 2007 |
|
Locatie |
De Goffertboerderij, Goffertweg 17 6532 AA Nijmegen |
|
Kosten |
€ 650,00 inclusief lunch |
|
Erkenning |
VGCt-erkenning (25 uur nascholingscursus) wordt
aangevraagd |
|
Inlichtingen |
Instituut voor Rationele Therapie, Fransestraat 83 6524 HX
Nijmegen. Telefoon: (024) 323 24 36. Het secretariaat is telefonisch
bereikbaar op dinsdag, woensdag en donderdag van 10.00 tot 13.00 uur. |
Het volgende landelijke schizofrenie
congres van het kenniscentrumschizofrenie/ schizofrenie stichting
Nederland vindt plaats op 22 november
Redactioneel
Nog geen abonnement op deze nieuwsbrief? Meld je aan bij www.gedachtenuitpluizen.nl Het
registreren is kosteloos. Als u de nieuwsbrief als documentfile ontvangt kunt u
de links volgen door de Ctrl toets ingedrukt te houden
en de link aan te klikken. Stuur deze nieuwsbrief (Forward) door naar mogelijk
geïnteresseerde anderen.
Referenties
1. Greenwald
AG, Banaji MR. Implicit social cognition: attitudes, self-esteem, and
stereotypes. Psychol Rev Jan
1995;102(1):4-27.
2. Dijksterhuis
A. The mergence of implicit self-esteem. Netherlands Journal of Psychology 2006;62:19-25.
3. Connor
T, Feldman Barrett L. Implicit self-attitudes predict spontaneous affect in
daily life. Emotion 2005;4:476-488.
4. Dijksterhuis
A. I like myself but I don't know why: enhancing
implicit self-esteem by subliminal evaluative conditioning. J
Pers Soc Psychol Feb
2004;86(2):345-355.
5. van der Gaag M, Korrelboom K. Competitive Memory
Therapy (COMET bij auditieve hallucinaties.
In: van der Gaag M, Withaar FK, Slooff CJ, eds. Cognitieve gedragstherapeutische behandelingen bij mensen met een
psychose. Vol 4. Den Haag: Kenniscentrum Schizofrenie;
2006:95-112.