Adobe Systems

 

Nieuwsbrief 4

18 juli 2005

 

Redactioneel

Nog geen abonnement op deze nieuwsbrief? Meld je aan bij www.gedachtenuitpluizen.nl Registreren is gratis.

 

Weer een meta-analyse die het effect van cognitieve gedragstherapie bij psychose aantoont

Meta-analyses worden een populaire manier om te publiceren. Het is een hoop rekenwerk, maar je hoeft er geen patiënt voor te spreken. Dit maal is er een meta-analyse verschenen van vier Zwitsers, die ik verder niet ken uit het cognitieve gedragstherapie onderzoek bij schizofrenie (Zimmermann, Favrod, Trieu, & Pomini, 2005). Zij beperken zich tot de effecten op positieve symptomen bij onderzoeken die gepubliceerd zijn tussen 1990 en 2004. Zij vinden 15 trials. Bij drie trials moesten gegevens bij de auteurs opgevraagd worden. Daarbij valt één trial af. De meta-analyse wordt uitgevoerd over 14 studies met 1001 patiënten in de analyses na de behandeling, waarvan 515 cognitieve gedragstherapie gekregen hadden en 486 een vergelijkende behandeling. De effect-size over alle studies is 0.35 (fixed effect model) en 0.37 (random effect model). Dit is een klein tot gemiddelde effect-size. Dit betekent dat een patiënt in de cognitieve gedragstherapie groep meer verbeterde dan 64% van de controle patiënten. Cognitieve gedragstherapie vergroot de kans op afname van positieve symptomen van 41% tot 59%. De homogeniteit was niet-significant, wat betekent dat er geen sprake is van modererende variabelen en de bevinding beschouwd kan worden als behoorlijk robuust. De effect-size bij de ongeblindeerde studie was groter dan bij de geblindeerde studies, maar het verschil is niet statistisch significant. Hetzelfde geldt voor de grotere effect-size bij acute patiënten in vergelijking met chronische patiënten; ook dit verschil is niet statistisch significant.

Bij de 3 tot 12 maanden follow-up is de effect-size 0.40 (fixed en random effect model). De resultaten van cognitieve gedragstherapie zijn dus sterker bij follow-up, dan onmiddellijk na de beëindiging van de behandeling. Ook bij de langdurige follow-up (meer dan 12 maanden) blijft het effect aanwezig (effect-size is 0.33).

http://www.sciencedirect.com/science/article/B6TC2-4FW7R3X-1/2/d2d612318e0c686f987fd7912509c759

 

Welke zorg werkt?

Het kenniscentrum schizofrenie, het post academisch onderwijs en de schizofrenie stichting Nederland organiseren een groot congres op 24 november van dit jaar. Het heeft een zeer breed programma en zal de agenda voor de komende jaren neerzetten. Eindelijk weer eens een groot en betaalbaar congres in Nederland. Klik hier of op het plaatje voor meer informatie.

 

 

Grandioze wanen zijn net als paranoïde wanen geen defensiemechanisme

Het taboe rond de psychose wordt langzamerhand doorbroken en er wordt vaker over de inhoud van de wanen en hallucinaties gesproken. Patiënten ervaren dit als bijzonder prettig. Het haalt patiënten uit een ernstig isolement en geeft mogelijkheden tot het herevalueren van oude veronderstellingen. Cognitieve gedragstherapeuten hadden al de ervaring dat het bespreken van de psychose en het geleidelijk herzien daarvan, niet leidde tot meer depressie en suïcidaliteit. Het tegendeel leek eerder waar te zijn. De psychose was geen defensiemechanisme, maar een beangstigende kerker. In de afgelopen periode is er ook wetenschappelijke ondersteuning voor gekomen. Als de waan een verdedigingsmechanisme is, dan verwacht je een hogere zelfwaardering bij een toegenomen paranoia. In een onderzoek varieerde echter een zelfwaardering van patiënten met farmacotherapieresistente paranoïde wanen over de tijd. Lage zelfwaardering was geassocieerd aan stemming en sociaal functioneren en niet de mate van overtuiging in de achtervolgingswaan (Freeman et al., 1998). Bij eerste episode patiënten is inzicht in het begin van de stoornis een goede voorspeller van depressie. Dit verband verdwijnt snel en daarna is paranoia de enige voorspeller van depressie en suïcidaliteit. Een lage zelfwaardering heeft geen verband met beide associaties (Drake et al., 2004). Bij grootheidswanen wordt in vergelijking met normalen geen discrepantie gevonden tussen openlijke en bedekte zelfwaardering (Smith, Freeman, & Kuipers, 2005). Ook bij deze subgroep is er dus geen sprake van een psychotische verdediging tegen negatieve gedachten over zichzelf, depressie en suïcidaliteit. Het betekent dat we gerust met de patiënt over zijn psychose kunnen praten zonder dat het gevaar bestaat dat dit de psychose zal verergeren.

http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=PubMed&dopt=Citation&list_uids=15985843

 

 

Stuur deze nieuwsbrief door naar mogelijk geïnteresseerde anderen (Forward)

Bedankt.

 

Cognitieve gedragstherapie is ook werkzaam bij chronisch psychotische verblijfspatiënten

De studie van Lucia Valmaggia heeft een bijzondere groep patiënten geïncludeerd (Valmaggia, Gaag, Tarrier, Pijnenborg, & Slooff, 2005). Het betrof chronisch psychotische patiënten die niet gereageerd hadden op meerdere antipsychotische behandelingen. De medicatie is gedurende de studie constant gehouden en de sessies zijn op cognitieve gedragstherapie getrouwheid beoordeeld. De cognitieve gedragstherapie conditie toont bescheiden effecten op de frequentie en luidheid van hallucinaties en op de overtuiging dat de stemmen een externe herkomst hebben. Een belangrijke conclusie is dat het uitsluiten van chronische patiënten op grond van de inschatting dat zij te ziek zijn om behandeld te kunnen worden niet bevestigd wordt door de onderzoeksuitkomsten. Cognitieve gedragstherapie moet dus ook voor chronische verblijfspatiënten beschikbaar zijn.

http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=PubMed&dopt=Citation&list_uids=15802690

 

Referenties

 

Drake, R. J., Pickles, A., Bentall, R. P., Kinderman, P., Haddock, G., Tarrier, N., et al. (2004). The evolution of insight, paranoia and depression during early schizophrenia. Psychol Med, 34(2), 285-292.

Freeman, D., Garety, P., Fowler, D., Kuipers, E., Dunn, G., Bebbington, P., et al. (1998). The London-East Anglia randomized controlled trial of cognitive- behaviour therapy for psychosis. IV: Self-esteem and persecutory delusions. Br J Clin Psychol, 37(Pt 4), 415-430.

Smith, N., Freeman, D., & Kuipers, E. (2005). Grandiose Delusions: An Experimental Investigation of the Delusion as Defense. J Nerv Ment Dis, 193(7), 480-487.

Valmaggia, L. R., Gaag, M. v. d., Tarrier, N., Pijnenborg, M., & Slooff, C. J. (2005). Cognitive-behavioural therapy for refractory psychotic symptoms of schizophrenia resistant to atypical antipsychotic medication: Randomised controlled trial. Br J Psychiatry, 186, 324-330.

Zimmermann, G., Favrod, J., Trieu, V. H., & Pomini, V. (2005). The effect of cognitive behavioral treatment on the positive symptoms of schizophrenia spectrum disorders: A meta-analysis. Schizophrenia Research, 77(1), 1-9.