Psychose, wanen en jumping to conclusions: de samenhang

Gedachten Uitpluizen

Eén kraal is nog geen vaas vol kralen. De auteurs trekken geen overhaaste conclusies in deze meta analyse naar de samenhang tussen psychose, wanen en de “jumping to conclusions” bias.

Dudley Kraal
Een belangrijke bevinding van onderzoeken naar de totstandkoming van psychosen is de jumping to conclusions bias (JTC; ook bekend onder de naam dataverzamelingstendens of dataverzamelingsbias). JTC houdt in dat mensen met wanen, zoals grootheidswaan en paranoïde waan, minder bewijzen en feiten gebruiken om hun beslissing of mening op te baseren dan gezonde mensen en mensen met niet-psychotische psychische problemen. JTC leidt er toe dat voorbarige opvattingen worden omhelsd en dat het nog eens overwegen van andere, misschien betere ideeën wordt verhinderd.

Hét onderzoeksparadigma om JTC te onderzoeken is de kralentaak. De proefpersoon krijgt twee vazen te zien. Eén daarvan heeft voornamelijk bruine kralen en een minderheid gele kralen; de andere vaas heeft een tegenovergestelde verdeling. De verhouding is gewoonlijk 85:15 of 60:40. Nadat de vazen verborgen zijn, trekt de proefleider telkens een kraal uit een en dezelfde vaas en toont deze kralen aan de proefpersoon. Na elke kraal is de vraag of de proefpersoon denkt te kunnen beslissen uit welke vaas de kralen afkomstig zijn of dat hij nog een kraal getrokken wil zien. De testuitkomst is het aantal trekkingen dat de proefpersoon gebruikt om tot een beslissing te komen. Een snel besluit (≤ 2 trekkingen, ‘extreme responders’) wordt als indicatief voor JTC beschouwd. Bij mensen met psychosen, met een verhoogd risico op het ontwikkelen van een psychose en bij hun eerstegraadverwanten is JTC aangetoond. Bovendien is JTC geassocieerd aan waanachtige gedachten.

Er is met betrekking tot JTC al het nodige onderzocht in meta analysen maar nog niet de twee vragen die de auteurs stellen:
1. Is JTC (=laag gemiddeld aantal trekkingen en naar rato veel extreme responders op de kralentest) verschillend aanwezig bij gezonde mensen, psychotische patiënten en overige EPA-patiënten?
2. Is volgens de uitkomst op de kralentest JTC echt specifiek voor wanen, of voor psychose in zijn algemeenheid, of, nog algemener, voor ernstige psychiatrische problematiek?
Na grondige selectie bleven 55 studies met relevante en kwalitatief geschikte data voor deze meta analyse over. Wat zijn de conclusies?
– JTC komt het sterkst voor bij mensen met non-affectieve psychosen, in vergelijking met zowel gezonde mensen als met de niet-psychotische EPA-groep. Gemiddeld gebruiken mensen met psychose dus minder gegevens om beslissingen te nemen. De kans dat een extreme responder tot de groep psychose patiënten behoort is 4 tot 6 keer zo groot als dat hij/zij tot de gezonde mensen of EPA groep behoort. Tevens is JTC significant specifiek geassocieerd met de aanwezigheid van wanen in de psychose (OR 1.52).
– Het aantal extreme responders is het grootst bij de groep van actief wanende patiënten in de psychosegroep. Dat betekent dat JTC het meest gezien wordt tijdens/in de waan; JTC is met andere woorden onderdeel van de waan en er niet alleen een grondstof voor.

Bedenk wel dat nog steeds ook bij gezonde mensen en de EPA-groep JTC wel eens voorkomt. JTC mag dan een psychose-kans-verhogend verschijnsel zijn, het is zeker niet de enige bijdragende factor.

JTC Loesje

Kunnen we nu stellen dat JTC psychosen kan veroorzaken? Dat is lastig te beantwoorden. Dan zou JTC duidelijk in de tijd vooraf moeten gaan aan de psychose, en dan zou er een echte dosis-respons-relatie moeten zijn aangetoond (hoe meer JTC, hoe meer psychose). En daar wel aanwijzingen voor, maar echt nog niet voldoende. Meer onderzoek hiernaar is zeer gewenst.

Het bewijs dat psychotische mensen gemiddeld genomen minder gegevens gebruiken om te beslissen dan normalen en overige EPA-patiënten is inmiddels wel sluitend te noemen. En ook dat ze in vergelijking duidelijk meer extreme responders (dus heel haastige beslissers) in de groep hebben. Hoewel de aanwezigheid van JTC noch noodzakelijk noch voldoende is om een psychose te krijgen, is overduidelijk dat het verminderen dan wel corrigeren van JTC een uitermate belangrijk aandachtspunt in behandelingen moet blijven.

Dudley R, Taylor P, Wickham S, Hutton P. Psychosis, Delusions and the “Jumping to Conclusions” Reasoning Bias: A Systematic Review and Meta-analysis. Schizophrenia Bulletin, 2016; 42:3, 652–665.

Artikel