Door Eva Bruijn

Cognitieve gedragstherapie (CGT) is een van de richtlijnbehandeling voor psychotische stoornissen. Echter we zien dat cognitieve gedragstherapie niet voor iedereen even effectief is. Dit roept vragen op over wat de effectiviteit van CGT beïnvloedt? Zijn er client- en/ of behandelkenmerken die de effectiviteit van CGTp beïnvloeden?

Deze meta-analyse, waarin 53 internationale studies zijn meegenomen, had als doel: het identificeren van factoren die de effectiviteit van CGTp beïnvloeden. Alle deelnemers aan de verschillende onderzoeken hadden een diagnose in het schizofreniespectrum en kregen een ambulante of klinische behandeling. De geïncludeerde studies vergeleken CGT of CGT+ (CGT aangevuld met elementen van andere behandelingen) met treatment as usual (de standaardbehandeling) of andere psychosociale interventies (actieve controlegroep). Dit leidde tot de volgende 4 soorten vergelijkingen:

  • CGT versus de normale behandeling.
    • 27 studies (n= 2870)
  • CGT versus andere psychosociale interventies.
    • 11 studies (N= 961)
  • CGT + versus de normale behandeling.
    • 14 studies (N=1985)
  • CGT + versus andere psychosociale interventies.
    • 3 studies (N=28)

De invloed op het effect van de CGT van de volgende drie kenmerkgroepen is vervolgens meegenomen in het onderzoek:

  • Demografische kenmerken (leeftijd, geslacht, etniciteit)
  • Klinische kenmerken (ziekteduur, fase van de ziekte, duur van de onbehandelde psychose, de ernst van de eerste psychotische stoornissen en stemmingsklachten)
  • Kenmerken van de interventie (behandelduur, aantal sessies, de opleiding en competentie van de therapeut, behandeling volgens protocol, interventies op basis van de casusconceptualisatie en individuele versus groepsinterventies)

Uitkomsten verschilden soms wel, maar opgeteld weinig tussen de gemaakte groepsvergelijkingen. De voornaamste bevinding van dit onderzoek was verder dat de effectiviteit van CGT op psychotische stoornissen niet significant wordt beïnvloed door demografische, klinische en/of interventie kenmerken. Niet alle interventie kenmerken konden even goed bekeken worden. Er werden altijd protocollen gebruikt, dus het kon niet worden vastgesteld of dat de therapie-effecten beter maakt ten opzichte van geen protocol. Ook was het aantal groepstherapieën in de studies beperkt, waardoor er dan geen analyse kon worden gedraaid. Maar waar het wel kon worden geanalyseerd werden er geen significante voorspellers van meer of minder effectiviteit gevonden. Het overzicht heeft dus nog niet goed kunnen helpen bij het bepalen welke varianten en kenmerken de CGTp beter maken. Verder zou op basis van dit onderzoek aan iedereen met psychose CGTp aangeboden moeten worden ongeacht de demografische of klinische kenmerken van de cliënt.

Take home message: elke cliënt met psychotische klachten dient CGT aangeboden te krijgen. Het effect van CGTp voor individuele cliënten is moeilijk te voorspellen.

Varese, F., Sudell, M., Morrison, A. P., Longden, E., & Tudur Smith, C. (2025). Treatment effect modifiers of cognitive behaviour therapy in people with psychosis: An individual participant data meta-analysis of RCTs. Health Technology Assessment, 29(53), 1–115.

Artikel