Werken als psycholoog in de EPA zorg. Ga er maar aan staan.

Icoon
ZZD-Werken in de EPA-zorg

Wat is het?

Werken als psycholoog in de EPA zorg. Ga er maar aan staan. Het ene moment ga je mee op huisbezoek, het andere moment start je een CGT-behandeling, en daarna doe je traumabehandeling of fiets je nog even langs de kliniek om iemand op te zoeken. Je wordt uitgedaagd om veel verschillende dingen in een dag te doen, en bent regelmatig met collega’s in gesprek over waar je mogelijkheden ziet. Om alles goed te organiseren en optimaal inzetbaar te zijn moet je goed afwegen wat je wel en niet doet. Maar hoe pak je dat aan? Wat doe je wel en wat juist niet? En met welke reden? Hoe neem je je collega’s mee in wat wel en niet goed is om te doen en hou je genoeg ruimte voor CGT en andere veranderingsgerichte behandelingen? Hierbij een aanzet om je te laten inspireren voor je eigen werkplek.

Doelgroep en ontwikkeling

De doelgroep van mensen met ernstig psychiatrische aandoeningen (EPA) is zeer divers. Waar het eerst vooral mensen met psychosegevoeligheid betrof, behoren inmiddels steeds meer mensen met andere problemen tot de doelgroep van EPA. Hoe goed iemand zich ondanks psychische problemen kan redden op de verschillende hersteldomeinen (klinisch, maatschappelijk, functioneel en persoonlijk) is hierin bepalend. Psychologen en psychologische behandeling zijn een belangrijk onderdeel in dit herstel. Door de toegenomen diversiteit is de rol van psycholoog er niet makkelijker op geworden. Van de psycholoog wordt verwacht van allerlei problematiek verstand te hebben, hiernaar diagnostiek te kunnen doen en behandeling te geven. Daarnaast is er de vraag om regiebehandelaar te zijn. Dit alles terwijl de bezetting van psychologen in de teams vaak laag is.

Bezetting

De huidige bezetting van psychologen in FACT-teams is landelijk vaak lager dan in de laatste CCAF-criteria wordt aanbevolen. Het CCAF is het certificeringsorgaan voor de FACT-methodiek, en dit beveelt aan om 1,6 FTE voor psychologen in te zetten op een caseload van 200 mensen. Meer psychologen in een team bevordert doorgaans een betere positionering van de psycholoog. Ook 1,6 FTE is echter nog beperkt, zeker nu de zorgstandaarden steeds meer gericht zijn op behandeling in plaats van op begeleiding. Alleen al voor de behandeling van psychose heb je 0,75 FTE aan ‘directe cliëntcontacttijd’ nodig voor 200 cliënten binnen de huidige FACT-doelgroep, waarbinnen ongeveer 2/3 van de cliënten psychotische klachten heeft (Van de Ven et al., 2025).

Advies:

• Onderzoek binnen je team en binnen je organisatie de mogelijkheden van uitbreiding van fte’s voor psychologen in je team.
• Zoek samenwerking met psychologen van andere teams die niet-psychotische klachten kunnen behandelen en psychodiagnostiek kunnen verrichten voor de cliënten uit het EPA-team, zodat jij je kunt richten op de behandeling van psychose
• Zoek actief de samenwerking met de collega psychologen binnen de EPA-zorg.
• Zet binnen je organisatie een overleg op voor EPA-psychologen, waarin je de positionering, werkwijze en samenwerking kunt bespreken en intervisie kunt hebben.
• Sinds 2020 bestaat er een online EPA-café, georganiseerd door de werkgroep EPA van de sectie GGZ van het NIP, waar je psychologen in de EPA-zorg kunt ontmoeten om met elkaar te sparren over alles wat we tegenkomen in ons vak. Sluit je daarbij aan! Op die manier kun je leren hoe je jouw positie als EPA-psycholoog kunt versterken en hoe je een bijdrage kunt leveren aan het optimaliseren van de zorg voor deze belangrijke doelgroep. Je maakt daarbij gebruik van elkaars expertise, ervaringen en ideeën, waarbij de nadruk niet ligt op luisteren, maar op doen.

Diagnostiek en Indicatiestelling

Psychologisch onderzoek

Psychodiagnostiek en diagnostiek in de vorm van (neuro-)psychologisch onderzoek zijn relevante onderdelen van het takenpakket van een psycholoog. Omdat dit vaak een tijdsintensieve bezigheid is, is het in de EPA-zorg belangrijk kritisch naar deze taak te kijken. Zo dien je je af te vragen of er wel voldoende psychologen uren zijn om dit allemaal zelf te kunnen doen of dat je kunt samenwerken met een diagnostiek afdeling? Ook kun je je afvragen: ben ik voldoende bekwaam in de diagnostiek die gevraagd wordt of kan ik hiervoor beter samen werken met een specialistisch centrum?
Psychodiagnostiek en diagnostiek in de vorm van beeldvorming en analyse van de onderlinge samenhang van klachten en problemen is een belangrijke taak waar de psycholoog in EPA-zorg in gespecialiseerd is. Vooral ook in het vaststellen van de meest relevante problemen in standhoudende factoren (veelal dysfunctionele gedachten en gedragingen) op grond waarvan door het team een behandelaanpak kan worden bepaald. De psycholoog moet in staat zijn om samen met de cliënt tot gepersonaliseerde casusconceptualisaties (probleemformuleringen) te komen en bekend zijn met interventies en behandelmethodieken die logisch voortkomen uit die conceptualisatie. Daarbij is kennis van bestaande evidence-based behandelprotocollen onontbeerlijk.

Indicatiestelling psychologische behandeling

De psycholoog bepaalt in overleg met collega’s en cliënten of psychologische behandeling geïndiceerd is. Bij de indicatiestelling houdt de psycholoog rekening met eerder uitgevoerde behandelingen en de effecten daarvan. De psychologische behandeling is meestal gericht op zowel klachtenvermindering als op het bevorderen van persoonlijk, functioneel en maatschappelijk herstel, passend binnen het herstelplan van de cliënt. De psycholoog stelt niet alleen de indicatie voor de doelen en de methode van de behandeling, maar ook voor timing en tempo (zie ook onder ‘Behandeling’). Bij geen indicatie voor psychologische behandeling koppelt hij/zij dit terug aan de verwijzende collega’s en biedt zo nodig ondersteuning en consultatie voor de bij de zorg betrokken behandelaren. Bij indicatie voor psychologische behandeling maakt de psycholoog een afweging waar en wanneer deze behandeling het beste kan plaatsvinden (zie ook onder ‘Behandeling’). Bij de psycholoog zelf, bij een collega psycholoog, of extern (bijvoorbeeld bij een andere afdeling of een specialistisch centrum). Gezien de aard van de doelgroep heeft de gepersonaliseerde integrale behandeling door het team zelf de voorkeur, maar bij beperkte expertise zal een andere partij benaderd worden voor behandeling

Advies:

• Maak een afspraak bij de psycholoog een vast onderdeel van de intakefase, zodat de psycholoog zelf zijn indicatiestelling kan doen.
• Gebruik eventueel een A4 met mogelijke onderwerpen voor psychologische behandeling, om cliënten te helpen hun hulpvraag te formuleren (link naar keuzemenu Tonnie).
• Geef regelmatig voorlichting in je team over CGT voor psychose, zodat collega’s er kennis mee maken en cliënten vaker verwezen kunnen worden. Laat (nieuwe) collega’s af en toe meekijken bij een sessie.

Behandeling

Psychologische behandeling behoort tot de kerntaken van de psycholoog binnen de EPA zorg. In het FACT-handboek staat dat integrale behandeling binnen het FACT-team plaatsvindt, en dat in principe alle behandelingen door het team zelf geleverd worden. De haalbaarheid daarvan is natuurlijk mede afhankelijk van het aantal FTE psychologen in het team en de expertise om dit uit te voeren.
Mensen met psychotische symptomen kunnen moeilijk elders terecht voor psychologische behandeling. Zij vormen binnen de EPA-zorg nog altijd een relatief grote groep. Psychologen binnen de EPA-zorg zijn veelal specialist in het uitvoeren van psychologische behandeling bij mensen met psychotische symptomen. Collega’s van andere centra/afdelingen kunnen naar de EPA-zorg verwijzen voor psychologische (deel-)behandeling van de psychotische symptomen of daar ondersteuning bij krijgen. Hierdoor kan uitwisseling plaatsvinden tussen de verschillende afdelingen, waardoor mensen met andere problematiek uit de EPA-zorg wellicht psychologische behandeling kunnen ontvangen bij andere afdelingen. De psycholoog werkt vanuit een ‘schaarste model’: er wordt maximale inzet geleverd met beperkte psychologenuren. De psycholoog dient dus goed te indiceren en te taxeren wat haalbaar en effectief binnen de beschikbare uren. Dit betekent regelmatig evalueren van behandelingen met specifieke vragenlijsten voor de betreffende klacht en streven naar een behandelduur van zo kort als mogelijk, maar zo lang als noodzakelijk. De psycholoog neemt hierbij ook in overweging dat er cliënten zijn die een langere aanloopfase hebben voor ze tot behandeling komen. Neem dan enkele sessies de tijd om te kijken of er een behandelindicatie ontstaat.

Behandelvormen

In het FACT-handboek wordt cognitieve gedragstherapie als meest geschikte psychotherapie en best onderzochte behandelvorm genoemd voor de EPA-doelgroep vanwege bewezen effectiviteit bij angst, depressie, psychose en persoonlijkheidsstoornissen. Daarnaast zijn cognitief-gedragstherapeutische interventies zoals Schematherapie en Dialectische gedragstherapie juist ontwikkeld voor cliënten met persoonlijkheidsproblematiek die minder goed profiteerden van ‘reguliere’ klachtgerichte CGT. Omdat steeds duidelijker wordt dat posttraumatische stress stoornissen en traumagerelateerde klachten zowel bij psychotische stoornissen als bij andere diagnoses voorkomen, is ook traumabehandeling (Prolonged Exposure, EMDR, Imaginaire Rescripting) een noodzakelijke en veel gevraagde psychologische behandeling in de EPA-zorg. Extra ondersteuning van case- en crisismanagement kan daarbij behulpzaam zijn. De psycholoog is bij voorkeur Cognitief gedragstherapeut VGCt, of heeft minimaal de Basiscursus cognitieve gedragstherapie, de vervolgcursus CGT bij psychose gevolgd en heeft daarnaast minimaal de basiscursus EMDR gevolgd, en minimaal de basiscursus Schematherapie. Omdat een uitgebreide schematherapie een groot beroep doet op de schaarse psychologenuren, is het meestal aanbevolen voor langdurige, veranderingsgerichte behandeling van persoonlijkheidsproblematiek te verwijzen naar een ander team.
Daarnaast is de psycholoog lid van het multidisciplinair team en brengt de psycholoog daar zijn eigen invalshoeken in. Naast cognitief-gedragstherapeutisch en schematherapeutisch denken is de psycholoog ook thuis in systemisch denken, herstelgericht denken en groeps- en teamdynamica. De psycholoog is actief om in het team een brede, hoopvolle, nieuwsgierige en herstelgerichte blik te bevorderen en is vaak betrokken bij gezinsinterventies/systeembehandelingen.

Regiebehandelaarschap

De GZ- en Klinisch Psycholoog zijn binnen de EPA zorg doorgaans regiebehandelaar. Het voordeel hiervan is dat het psychologische perspectief in de behandeling van de cliënt wordt meegenomen. Doordat de beroepsgroep van de psycholoog vergeleken met de medische discipline nog relatief nieuw is in de EPA zorg wordt weleens nagelaten deze optimaal te integreren in de behandeling. Het gevolg is dan dat het zwaartepunt van de behandeling ten onrechte bij medicatie en (verpleegkundige) ondersteuning komt te liggen, terwijl psychologische behandelingen en andere verklaringsmodellen voor bevordering van herstel buiten beschouwing blijven (zie ook Moleman & Staring (2020), Antipsychotica en CGT bij psychose, hoe zet je ze zinnig in? Op www.gedachtenuitpluizen.nl). Door de psycholoog in te zetten als regiebehandelaar kan die scheefgroei deels worden voorkomen. Bij het regiebehandelaarschap horen echter ook veel (administratieve) taken, wat ten koste gaat van de toch al schaarse psychologenuren. Daarnaast kan een psycholoog/regiebehandelaar een conflict ervaren wanneer die bij dezelfde patiënt ook een psychologische behandeling uitvoert. Wat doet het met de therapeutische relatie als onverhoopt dwang en drang uitgevoerd moet worden bij een gevaarsrisico? Hoe hanteer je de situatie wanneer er in de sessies van de psychologische behandeling ineens onderwerpen voor een regiebehandelaar naar voren komen? Wat doet dit met de continuïteit van de psychologische behandeling, etc.? Afhankelijk van de specifieke situatie van de psycholoog kunnen hier keuzes in gemaakt worden. Neem ik als psycholoog voldoende ruimte om het psychologisch perspectief in mijn team naar voren te brengen? Neem ik zelf de keuze om als regiebehandelaar gemotiveerd bepaalde casus niet als RB op me te nemen? En, andersom, vind ik het zelf noodzakelijk om
regiebehandelaarschap in een casus op te pakken?
Meest belangrijk is dat je je als psycholoog vrij voelt om je als psycholoog (al dan niet in de functie van RB) in stelling te brengen. Zodat je het psychologisch perspectief, je kennis en je competentie deelt in je team. Als je net in een team werkt kan dit moeilijk zijn. In een team met verschillende disciplines kunnen de daadkracht en besluitvaardigheid van andere disciplines op de voorgrond staan. Psychologen zijn vaak juist goed in het opstellen van casusconceptualisaties, en zicht krijgen op instandhouders van een probleem. De ervaring leert dat hoe langer je in een team werkt, hoe waardevoller de collega’s je inbreng zullen ervaren omdat ze merken dat het integreren van het psychologisch perspectief effectief is. De ene psycholoog pakt dit anders aan dan de andere, en dat is prima. Bij sommigen past het goed om het psychologisch perspectief in te brengen via het nemen van leiding en initiatief. Anderen voelen zich meer op het gemak bij een geleidelijke introductie middels een nieuwsgierige en onderzoekende houding waarbij je reflectieve vragen kan stellen over bijvoorbeeld de probleemsamenhang van de cliënt, de overwegingen van een collega achter zijn/haar interventies, of over de dynamiek in het team. Tenslotte is het ook erg leuk om meer te horen over de perspectieven van collega’s met andere disciplines! Bedenk dat de grootste meerwaarde zit in het combineren van perspectieven.

Bronnen

Bähler, M., Folkerts, H., Veldhuizen, R. van, Vleugel, B. van der, & Willigenburg, M. (2008). Psychologen in FACT-wijkteams van de divisie Langdurende Psychiatrie. GGZ Noord-Holland-Noord.
Bähler, M., Delespaul, P., Kroon, H., Vugt, M. Van, & Westen, K. (2016). Flexible ACT. Werkboek FACT-Schaal 2017. Utrecht, CCAF.
Delespaul, Ph., Vleugel, B. van der, Boonstra, C., & Keune, N. (2015). De Psycholoog. In: Veldhuizen, R. van, Polhuis, D., Bähler, M., Muler, N., & Kroon, H. (2015). Handboek (Flexible) ACT. Herstelondersteunende zorg en behandeling in de eigen omgeving voor mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen. Utrecht: De Tijdstroom.
Haan, G. de, & Berg, D. van den. (2017). EPA-psycholoog: domeinen, taken en competenties. Specialismegroep Psychose en Specialismegroep EPA. Parnassia Groep.
van de Ven, M. P. E., van den Berg, D., Schuurmans, H., van der Vleugel, B. M., van Zelst, C. J. A. M., & Staring, A. B. P. (2025). The availability of Cognitive Behaviour Therapy for psychosis (CBTp) in The Netherlands. Psychosis, 1–11. https://doi.org/10.1080/17522439.2025.2451241

Icoon
ZZD-Werken in de EPA-zorg