Door Helga Ising

Veel behandelaars gaan ervan uit dat mensen met psychose wantrouwend staan tegenover therapie. Maar klopt dat beeld eigenlijk wel? Nieuw onderzoek laat zien dat deze groep vaak verrassend positief is — en dat hun verwachtingen een kleine, maar betekenisvolle rol kunnen spelen in herstel.

Uit nieuw onderzoek van Daniel Freeman en collega’s (2026) blijkt dat verwachtingen van patiënten een beperkte, maar interessante invloed hebben op de behandeling van psychose, met name bij paranoïde wanen. In deze studie werden de gegevens van 195 deelnemers uit twee eerdere studies geanalyseerd. De gemiddelde leeftijd lag rond de 40 jaar en 60% van de deelnemers was man. Het betrof personen met aanhoudende (minstens 3 maanden) paranoïde wanen die met ten minste 50% overtuiging werden geloofd en die zich buitenshuis in de nabijheid van anderen bedreigd voelden. Zij volgden verschillende vormen van psychologische behandeling, zoals cognitieve gedragstherapie of virtual reality-therapie. Aan het begin van de behandeling werden verwachtingen en de geloofwaardigheid van de therapie gemeten met de Credibility/Expectancy Questionnaire (CEQ). Daarnaast werd de ernst van de wanen gemeten bij aanvang en na zes maanden.

De resultaten sluiten aan bij bevindingen uit onderzoek naar angst en depressie: verwachtingen spelen een rol, maar het effect is ook beperkt. Opvallend is dat mensen met psychose (ondanks mogelijke achterdocht) over het algemeen positief staan tegenover psychologische behandeling. Veel deelnemers verwachtten dat therapie hen zou helpen, en sommigen hoopten zelfs op een verbetering van 50% of meer. Verder blijkt dat verwachtingen lastig te voorspellen zijn zonder er expliciet naar te vragen. Ook lijkt het algemene psychologische welbevinden een rol te spelen: mensen die zich beter voelden, hadden vaak iets positievere verwachtingen. De ernst van de wanen bij aanvang bleek daarentegen geen voorspeller van verwachtingen.

De studie laat zien dat verwachtingen wel degelijk samenhangen met het behandelresultaat, maar dat het effect klein is. Mensen die meer vertrouwen hadden in de therapie aan het begin, hadden na zes maanden gemiddeld iets minder ernstige wanen. Toch is het belangrijk om te benadrukken dat verwachtingen niet de belangrijkste factor zijn in herstel. Opvallend is ook dat verwachtingen geen duidelijke invloed hadden op therapietrouw. Mensen met lagere verwachtingen stopten dus niet vaker met de behandeling en volgden de sessies over het algemeen gewoon ook.

De onderzoekers wijzen op enkele beperkingen van de studie. De deelnemers maakten deel uit van klinische trials, wat kan betekenen dat zij relatief gemotiveerd waren. Daarnaast zijn verwachtingen slechts op één moment gemeten, terwijl deze kunnen veranderen gedurende de behandeling. Ook laat de studie alleen verbanden zien, geen causale relaties.

Take-home message: Mensen met psychose staan vaak positiever tegenover psychologische behandeling dan gedacht. Verwachtingen spelen geen doorslaggevende rol, maar hebben wel enige invloed—dus het is belangrijk om ze vroeg in de behandeling expliciet te bespreken en eventuele twijfels samen te verkennen. Realistische hoop en vertrouwen kunnen het behandelproces ondersteunen, mits in balans.

Bron:

Freeman, D., Rosebrock, L., & Waite, F. (2026). Patient expectations for outcome with psychological intervention for psychosis. Schizophrenia Research, 292, 21–27

2026-04-02T20:30:41+01:002 april 2026|CGT|

Deel dit artikel op je favoriete platform...!