Zeker een risicofactor, geen geweldige voorspeller

.

Door Paul de Bont

Ontwikkelingsstoornissen zoals ASS en ADHD zijn gelinkt aan een verhoogd risico op psychose – zelfs al in de kindertijd en adolescentie. Kinderen met ASS/ADHD hebben 4 tot 5 keer vaker psychoseklachten dan hun neurotypische leeftijdgenoten. En ongeveer 9% van volwassenen met ASS laten psychotische symptomen zien versus 1% in de algemene populatie. De incidentie van eerste psychosesymptomen is over een periode van 8 jaren bijna 9 keer groter bij adolescenten met ASS/ADHD in vergelijking met controlegroepen. Kortom: ASS is een risicofactor voor psychose.

De Koreaanse onderzoekers wilden weten hoe bij adolescenten de overgang vanuit ASS/ADHD naar een at risk mental state (ARMS/UHR/CHRp) en psychose plaatsvindt – waarbij zij zich in de gelukkige omstandigheid bevinden dat adolescenten in Korea maar zelden drugs gebruiken en drugsgebruik daardoor nauwelijks een verstorende factor (confounder) in de bevindingen zal zijn. Lees verder…..

In een retrospectieve, longitudinale cohort studie vergeleken ze middels dossieronderzoek adolescenten jonger dan 19 jaar met (N=558) en zonder (N=824) ontwikkelingsstoornissen. De groep ontwikkelingsstoornissen bestond voor 68% uit ADHD, en verder tic stoornissen, LVB en ASS.

De primaire uitkomst was de incidentie van DSM5-schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornissen; d.w.z. het aantal transities naar een psychotische stoornis. Gedurende de follow up duur van gemiddeld 4.3 jaar was de transitie in de ontwikkelingsstoornissen groep 2.3% (13 van 558), in de controlegroep 0.1% (1 van 824). Belangrijke bevinding in de 68% subsample ADHD is dat noch het gebruik, noch de dosering van methylfenidaat gelinkt is aan psychoserisico. Een eventuele verstoring van de interpretatie van de resultaten door drugsgebruik is verwaarloosbaar vanwege de Koreaanse context.

Omdat de gemiddelde follow up duur slechts 4.3 jaar was (de gemiddelde leeftijd van de steekproef was toen 17.6 jaar), is het zeker denkbaar dat de verschillen in transitiepercentages tussen beide groepen na verloop van jaren verder uit elkaar gaan lopen. Het artikel vermeldt jammer genoeg niet hoe de transities verdeeld waren over de verschillende diagnostische categorieën. Dat zou vooral interessant zijn geweest vanwege de prominente aanwezigheid van ADHD, waarvan uit literatuur bekend is dat dat een nog grotere risicofactor is dan ASS.

Transitie naar psychose in de ontwikkelingsstoornissen groep was (veel) lager dan in geïdentificeerde CHR (≈ARMS)-groepen, en hoger dan in de algemene populatie. De auteurs noemen het een ‘gemiddeld risico’-predictor, maar het blijft absoluut een aanbeveling om het psychoserisico vast te stellen op basis van gericht vroegdetectie-onderzoek. Wat deze studie verder maar weer eens duidelijk maakt, is dat psychosetransitie –in dit geval in samenhang met ontwikkelingsstoornissen- al in de vroege adolescentie een aandachtspunt kan zijn.

Lee, T., Choi, B. S., & Kim, J. H. (2026). Cumulative incidence of schizophrenia-spectrum disorders in children and adolescents with neurodevelopmental disorders: A retrospective cohort study. Psychiatry Research, 358, 116981.

Artikel