“Mijn collega mag me niet. Het begon met me niet groeten en nu zie ik steeds meer signalen dat hij mij niet mag”

Wat is het?

Als we ergens van overtuigd zijn, dan zijn we vaak geneigd om informatie te zoeken die deze overtuiging bevestigt. Dit heet de ‘confirmatie bias’. We zoeken dan naar bewijs voor datgene waar we toch al in geloven, in plaats van kritisch zoeken naar informatie die het zou tegenspreken.

We maken allemaal denkfouten. In de wereld om on heen gebeurt veel tegelijkertijd. De behoefte is groot om een verhaal te maken waarin al deze complexe informatie logisch verklaarbaar met elkaar samenhangt. Als we eenmaal uit deze verklaringen een verhaal hebben geformuleerd dan is het makkelijker om alle nieuwe informatie die we krijgen hieraan te relateren. De behoefte om de bestaande ideeën te bevestigen is zo groot, dat we de informatie die deze ideeën tegenspreken niet in acht nemen. Ook al is er veel tegenbewijs, we hechten toch meer waarde aan die ene aanwijzing die ons idee in stand houdt.

Wat weten we ervan?

Onderzoek heeft uitgewezen dat we sterk de neiging hebben om vast te blijven houden aan een overtuiging als die eenmaal gevormd is. Zelfs als er overtuigend bewijs is voor een alternatieve verklaring zijn mensen nog steeds geneigd te zoeken naar bevestiging voor de oorspronkelijke overtuiging. Wel zit er verschil in mensen: de een doet het meer dan de ander. Of bij bepaalde thema’s meer dan de ander.

Bijvoorbeeld: het kan gebeuren dat een collega je een keer niet groet en in de gang voorbij loopt. Misschien had je al het idee dat deze collega nare dingen van plan is. Hij heeft een vergelijkbare baan als jij, en je hebt het idee dat hij koste wat kost hogerop wil komen. Bovendien moet hij jou niet. Dat hij je vandaag zonder te groeten voorbij loopt, wordt daarom snel geïnterpreteerd als extra bewijs: ‘zie je wel, hij begint me nu zelfs openlijk te negeren’. Je ziet hierdoor echter iets over het hoofd: namelijk dat deze collega de hele dag al in zichzelf gekeerd is. Hij kijkt de hele tijd naar de grond, oogt verlegen en maakt weinig contact met de mensen om zich heen. Dit komt doordat hij weinig geslapen heeft een veel piekert over zijn vader die ziek is. Dat wist je niet, maar dit gedrag zag je überhaupt al over het hoofd. Dat komt doordat we als mens met name geneigd zijn om de dingen te zien die onze bestaande ideeën bevestigen.

Omdat we deze ‘confirmatie-bias’ kennen en hij vaak tot fouten leidt, leiden we vakmensen speciaal op om erop te letten. Artsen blijken bijvoorbeeld beter en accurater ziektes vast te stellen wanneer ze niet alleen symptomen en signalen onderzoeken die hun 1e idee over de ziekte kunnen bevestigen, maar juist op zoek gaan naar symptomen en signalen bij de patiënt die er tegenin zouden gaan. Ook wetenschappers worden opgeleid om hier altijd bewust van te zijn.

Bij een hoge mate van de ‘confirmatie bias’ kan het voorkomen dat je er last van krijgt. Je hebt dan geen oog meer voor tegenstrijdige informatie en richt je alleen op datgene dat je gelijk bevestigt. Dit gaat ten koste van het contact met mensen in je omgeving – die vinden je misschien koppig. Ze gaan telkens de discussie met je aan, of erger nog: ze proberen dat niet meer omdat ze het hebben opgegeven. Zij hebben namelijk een ander idee over de zaak, en jullie komen niet meer nader tot elkaar. Hierdoor komen de negatieve gevolgen in een neerwaartse spiraal. Je praat niet langer met anderen over je ideeën. Of zij luisteren niet meer naar jou en jij niet naar hen. Daardoor worden je ideeën niet meer weerlegd en krijgt de ‘confirmatie bias’ je helemaal in zijn greep. Je ziet overal alleen nog maar bevestiging voor wat je al wist. Andere geluiden komen niet meer bij je binnen. Je komt knel te zitten in een zeer hardnekkig en stellig idee. Waar je misschien zelf het meeste last van hebt.

Wat kun je eraan doen?

We zoeken dus allemaal bevestigend bewijs voor onze overtuigingen. Dit is op zich niet erg, maar het kan heel beperkend worden als we geruststellende of neutrale informatie niet meer meenemen in onze overwegingen. Het is dan goed om toch te gaan luisteren naar de mensen in je omgeving. Eens proberen, bij wijze van proef, om door hun bril te kijken. Laat je eens door hen tegenspreken, en kijk wat daar uit komt. Ook kun je jezelf opstellen als wetenschapper. Verzamel meer informatie, maak het een onderzoekproject. En let daarbij extra op informatie waar je misschien eerder geen oog voor had omdat je zo bezig was met je eigen idee. Stel je open voor de mogelijkheid dat het toch anders zit, en zoek eens naar informatie die op het tegenovergestelde idee zouden wijzen.

Er zijn een paar gedachten die je kunnen helpen om te onderzoeken of je het wel eens bent met je eigen gedachten. Want niet alle gedachten die we hebben zijn waar. Soms denken we ook zomaar dingen…

Dus probeer eens wat er gebeurt als je denkt:

  • Wat zou ik ook kunnen denken in deze situatie?
  • Wat zou mijn beste vriend/vriendin denken?
  • In de meeste gevallen zijn er meer verklaringen mogelijk voor wat er gebeurt dan alleen de verklaring die ik denk….