Door Eva Tolmeijer

De richtlijnen voor vroege interventie bij psychose adviseren om antipsychotica niet als eerste stap te gebruiken bij mensen met een hoog risicoprofiel. In plaats daarvan zijn psychologische interventies, zoals cognitieve gedragstherapie, de eerste keus en zal de keuze voor antipsychotica zorgvuldig en selectief moeten worden gemaakt. In de praktijk blijkt dat artsen vaker kiezen voor antipsychotica bij jongeren met ernstigere klachten die hier veel hinder van ondervinden in hun dagelijks leven. Dit betekent dat antipsychoticagebruik in de praktijk vaak een signaal van ernst is en geen neutrale factor. Het belangrijkste doel van dit onderzoek was om na te gaan of het gebruik van antipsychotica, met name in hoge dosering, een subgroep van mensen met een hoog risicoprofiel aanwijst met slechtere behandeluitkomsten.

Het onderzoek vond plaats in Noord-Italië. Om de onderzoeksvraag te beantwoorden, werden 182 mensen met een hoog risicoprofiel bevraagd over verschillende klinische uitkomsten, waaronder symptomatisch en maatschappelijk herstel. Groepen (geen antipsychotica, lage dosering en hoge dosering groep) werden vergeleken door te kijken naar 1) het verloop van de uitkomsten over een periode van twee jaar en 2) naar de factoren die samenhangen met het optreden van die uitkomsten.

De resultaten lieten het volgende zien:

  • Van de 182 deelnemers gebruikten 93 mensen geen antipsychotica, 60 een lage dosering en 33 een hoge dosering. Dit betekent dat 51% antipsychotica gebruikte aan het begin van de studie, waarvan 1 op de 5 in een hoge dosering.
  • De hoge dosis antipsychoticagroep had een hoger risico op klinische opnames en een verminderd sociaal en maatschappelijk herstel in vergelijking met de groep die geen antipsychotica gebruikte.
  • In de lage dosis antipsychoticagroep was er vaker sprake van symptomatisch herstel en minder vaak sprake van zelfbeschadigend gedrag ten opzichte van de groep die geen antipsychotica gebruikte.

De resultaten laten zien dat antipsychotica in een lage dosering kunnen helpen om klachten te verminderen en het risico op zelfbeschadiging op de lange termijn te verlagen. Ze lijken echter weinig effect te hebben op sociaal en maatschappelijk herstel. Daarentegen hangen hoge doseringen antipsychotica samen met een slechtere uitkomst: meer kans op (her)opnames en minder goed sociaal en maatschappelijk herstel. Het is hierbij belangrijk om in het achterhoofd te houden dat slechtere uitkomsten geen directe consequentie hoeven te zijn van de hoge dosering van antipsychotica, maar mogelijk ook samenhangen met de ernst van de klachten. Echter hebben antipsychotica verschillende (bij)werkingen, zoals gewichtstoename, sufheid en bewegingsproblemen, die de kwaliteit van leven negatief kunnen beïnvloeden – zeker bij hoge doseringen. Dit kan het sociaal en maatschappelijk herstel belemmeren, zelfs als de klachten verbeteren. Het is daarom belangrijk dat het gebruik van antipsychotica bij mensen met een hoogrisicoprofiel zorgvuldig wordt afgewogen en over langere tijd wordt gevolgd.

Pelizza, L., E.Leuci, E.Quattrone, et al. 2026. “Exposure to Antipsychotics in Youths at Clinical High Risk for Psychosis: Low VS High Doses and Their Relevance for Clinical Outcomes.” Early Intervention in Psychiatry, 20, no. 4: e70167.

https://doi.org/10.1111/eip.70167