Door Janneke Ferwerda
Het horen van stemmen wordt vaak als één fenomeen gezien, maar wat iemand precies ervaart en hoeveel last dat geeft, verschilt sterk per individu en hangt onder andere af van de inhoud van de stemmen. Zouden schemamodi ook uitmaken? Lees meer…
Auditieve verbale hallucinaties komen voor bij verschillende psychische aandoeningen en zijn niet beperkt tot één diagnose. Het is een transdiagnostisch fenomeen dat wordt gezien bij een breed scala aan stoornissen en ook voorkomt in de algemene populatie. Ongeveer 13% van de mensen hoort ooit stemmen. Wat iemand hoort, maakt daarbij veel uit: negatieve stemmen hangen samen met meer angst, somberheid en gevoelens van waardeloosheid, terwijl positievere stemmen soms juist steunend of geruststellend kunnen zijn.
Binnen die ervaringen speelt vaak één stem een dominante rol. Die stem heeft doorgaans de meeste invloed op hoe iemand zich voelt: negatief van toon gaat samen met meer lijdensdruk, terwijl een positievere toon juist samenhangt met minder stress.
In deze studie wordt gekeken naar schemamodi als mogelijke verklaring voor deze verschillen. Schematherapie is een behandelvorm die een combinatie van elementen gebruikt uit cognitieve gedragstherapie, hechtingstheorie en emotiegerichte therapieën en zich richt op hardnekkige patronen die ontstaan vanuit onvervulde basisbehoeften in de jeugd.
Binnen het schemamodusmodel beschrijven schemamodi tijdelijke emotionele toestanden en copingreacties die ontstaan wanneer onderliggende schema’s worden geactiveerd. Denk aan een kwetsbare kind-toestand, maar ook aan modi waarin iemand zich juist afsluit of afleidt om emoties niet te hoeven voelen, zoals de onthechte beschermer of de onthechte zelfsusser.
Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de relatie tussen schemamodi en het horen van stemmen. Het doel van deze studie was daarom om een schemamodusprofiel op te stellen van mensen die stemmen horen, en te onderzoeken of specifieke modi samenhangen met lijdensdruk en met de inhoud van stemmen.
De studie betrok 76 volwassenen die in de afgelopen maand stemmen hadden gehoord, geworven via een gespecialiseerde kliniek en netwerken voor mensen die stemmen horen in Australië. Zij vulden vragenlijsten in over hun schemamodi (Schema Mode Inventory, SMI), de kenmerken van hun stemmen en de mate van lijdensdruk. De gegevens werden geanalyseerd met regressieanalyses om te onderzoeken welke schemamodi samenhangen met lijdensdruk en de inhoud van stemmen.
Wanneer je naar de uitkomsten kijkt, valt een aantal dingen op. De scores op schemamodi liggen over het algemeen hoger dan in niet-klinische groepen en vertonen veel overlap met profielen die worden gezien bij mensen met persoonlijkheidsstoornissen. In vergelijking met niet-klinische groepen zijn de meeste schemamodi verhoogd bij mensen die stemmen horen.
Ten opzichte van As I-groepen vallen met name de modi kwetsbare kind, impulsieve kind, onthechte beschermer, pest en aanval en straffende ouder op door hun hogere scores. Tegelijkertijd zijn meer adaptieve modi, zoals het blije kind en de gezonde volwassene, juist lager dan gemiddeld.
Een van de duidelijkste bevindingen gaat over lijdensdruk. De kwetsbare kind-modus blijkt hier een belangrijke rol in te spelen. Hoe sterker deze modus aanwezig is, hoe meer stress iemand ervaart in relatie tot de stemmen. Deze modus wordt gekenmerkt door gevoelens van kwetsbaarheid, emotionele pijn en hulpeloosheid en hangt samen met eerdere negatieve ervaringen, zoals verwaarlozing, misbruik of emotionele tekorten. Bij mensen die stemmen horen, en met name bij stemmen die als negatief of kritisch worden ervaren, lijkt deze kwetsbaarheid een belangrijke rol te spelen.
Eerder onderzoek laat zien dat mensen met belastende stemmen vaker een voorgeschiedenis hebben van trauma of emotionele verwaarlozing. Deze bevindingen sluiten daarbij aan en plaatsen de kwetsbare kind-modus als een factor die samenhangt met de mate van lijdensdruk.
De auteurs beschrijven dat dit aanknopingspunten biedt voor behandeling binnen de schematherapie, bijvoorbeeld door te werken aan het versterken van emotionele veiligheid, het valideren van onvervulde behoeften en het ontwikkelen van vaardigheden om met deze kwetsbaarheid om te gaan, onder andere met technieken zoals imagery rescripting.
Ook de inhoud van stemmen hangt samen met schemamodi. Negatieve steminhoud komt vaker voor bij hogere scores op de kwetsbare kind-modus en bij meer gebruik van vermijdende coping, met name de onthechte zelfsusser.
Bij positieve steminhoud ontstaat een ander patroon. Deze hangt samen met de blije kind-modus en met de razende kind-modus. Dat juist een meer boze of intense emotionele toestand hier samenhangt met positievere steminhoud, is een opvallende bevinding. Tegelijkertijd is er minder positieve inhoud wanneer de onthechte zelfsusser sterker aanwezig is.
Deze verbanden verklaren een groot deel van de verschillen: ongeveer 42% van de lijdensdruk en rond de 50% van de inhoud van stemmen.
Wat dit onderzoek vooral laat zien, is dat het horen van stemmen niet geheel los te zien is van de emotionele toestand waarin iemand zich bevindt en de manier waarop met spanning en emoties wordt omgegaan.
Voor de klinische praktijk betekent dit dat het zinvol kan zijn om bij stemmen niet alleen te kijken naar aanwezigheid of frequentie, maar ook naar de inhoud van stemmen en naar de schemamodi die daarbij geactiveerd worden. Het onderzoek laat zien dat met name de kwetsbare kind-modus en vermijdende coping samenhangen met meer lijdensdruk, terwijl meer adaptieve modi, zoals het blije kind en de gezonde volwassene, minder aanwezig zijn. Deze bevindingen wijzen op mogelijke aangrijpingspunten binnen behandeling, waarbij zowel het verminderen van afstandelijke coping als het versterken van meer adaptieve modi relevant kan zijn.
Newton, B., Skeffington, P., Reddyhough, C., Lee, C. W., Arntz, A., & Paulik, G. (2026). Mapping Schema Modes in Voice Hearers: Investigating the Role of Schema Modes in Voice Hearers’ Experience. Clinical Psychology & Psychotherapy, 33(2), e70256.
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/41844355/