De invloed van psychose op het beloop van cognitief functioneren

Gedachten Uitpluizen

Beperkingen in het cognitief functioneren worden beschouwd als belangrijke kenmerken van psychosegevoeligheid en zijn al vroeg in de ontwikkeling aanwezig. Maar onduidelijk blijft wat de invloed is van een eerste psychose op het beloop van het cognitief functioneren. Zijn cognitieve beperkingen al onderdeel van een levenslang aanwezige kwetsbaarheid? Of is het zo dat een (eerste) psychose de vermindering van het cognitief functioneren veroorzaakt? Trait of state? De huidige inconsistentie in het wetenschappelijk onderzoek op dit terrein kan worden verklaard door verschillen in methoden of kenmerken van het onderzoek. Zo wordt bijvoorbeeld niet gecontroleerd op het gebruik van medicatie waarvan wordt verondersteld dat dit wel van invloed is op het cognitief functioneren.

Interessant is daarom de opzet van een Amerikaanse studie naar de relatie tussen het optreden van een psychose en het beloop van het cognitief functioneren bij mensen met een ultrahoog risico (UHR) bij wie zich tijdens het onderzoek een psychose ontwikkelde. De groep die tijdens het onderzoek de transitie naar een psychose doormaakte werd vergeleken met drie andere groepen, te weten een gezonde controlegroep en twee groepen mensen met UHR die geen psychose kregen. Van deze laatse twee gebruikte de ene groep wel medicatie en de andere geen medicatie tijdens het onderzoek. Alle vier de groepen bestonden uit 15 mensen die vergelijkbaar waren met betrekking tot leeftijd, geslacht, opleidingsjaren, ras en etniciteit. Bij iedereen werden vooraf aan het onderzoek metingen verricht naar zowel symptomen als het cognitief functioneren. Er werd een omvangrijke neurocognitieve batterij afgenomen die ongeveer 3½ uur duurde en die verschillende cognitieve domeinen in kaart bracht, zoals verbaal geheugen, werkgeheugen, executief functioneren, aandacht en verwerkingssnelheid. Dezelfde metingen werden bij alle vier groepen herhaald op een tweede moment. Bij de groep die een transitie doormaakten was dat gemiddeld ongeveer 8 maanden na het uitbreken van de psychose. De tijd tussen beginmeting en transitie was gemiddeld ongeveer een jaar.

Vooral de resultaten m.b.t. het cognitief functioneren zijn interessant. De mensen die een transitie naar psychose doormaakten toonden bij de beginmeting al aanzienlijke cognitieve en intellectuele beperkingen vergeleken met de mensen die geen transitie doormaakten. Deze beperkingen bleven stabiel, en werden ook na de psychose niet groter. Er was zelfs sprake van lichte verbetering, vermoedelijk een leereffect. Echter, de mensen met een ultrahoog risico die géén transitie naar een psychose doormaakten, toonden bij de beginmeting nagenoeg géén cognitieve beperkingen. Dit was onafhankelijk van medicatiegebruik.

Deze bevindingen bevestigen de veronderstelling dat de aanwezigheid van cognitieve beperkingen bij mensen met een ultrahoog risico geassocieerd is aan onderliggende kwetsbaarheid voor psychose. Het optreden van de psychose heeft als zodanig geen verslechterend effect op het beloop van het cognitief functioneren.

Carrión, R.E., McLaughlin, D., Auther, A.M., Olsen, R., Correll, C.U. & Cornblatt, B.A. (2015). The impact of psychosis on the course of cognition: a prospective, nested case-control study in individuals at clinical high-risk for psychosis. Psychological Medicine, 1-14. Epub ahead of print.

Artikel