Kernopvattingen over zichzelf en anderen in het psychosecontinuüm

Gedachten Uitpluizen

Is het waar dat meer psychose gepaard gaat met negatievere kernopvattingen? En is er een samenhang tussen bepaalde kernopvattingen en specifieke psychose-symptomen? En wat zeggen de gevonden verbanden eigenlijk?

Uit onderzoek weten we dat mensen met negatieve kernopvattingen over zichzelf en anderen meer kans hebben op psychiatrische problemen. Dit geldt ook voor psychose. In deze studie brengen de onderzoekers de mix van negatieve en positieve kernopvattingen in kaart bij vier groepen mensen die maximaal gespreid zijn over het psychosecontinuüm.

De onderzoekers formeerden m.b.v. de CAARMS vier groepen in het psychosecontinuüm:

  • (1) een groep van buiten de GGZ met slechts lichte psychose-achtige klachten
  • (2) een GGZ groep die beneden de drempel van psychoserisico viel
  • (3) een GGZ groep met een aanwezig psychoserisico
  • (4) een GGZ groep met cliënten met een eerste psychose. De onderzoekers bevroegen vervolgens kernopvattingen met de Brief Core Schema Scales (BCSS, met de subschalen positief-zelf, negatief-zelf, positief-ander, negatief-ander)

Ten opzichte van de ‘lichtste’ groep werden significant sterkere negatieve kernopvattingen over zowel zichzelf als anderen gevonden in alle drie de GGZ groepen. De drie GGZ groepen verschilden onderling niet. Ten opzichte van de lichte groep werd een significant lagere mate van positieve kernopvatting over zichzelf gevonden in de GGZ-groepen zonder en met psychoserisico (en dus niet tov de eerste-psychose-groep). Er werden geen verschillen tussen de groepen gevonden op positieve kernopvatting over anderen. De negatieve kernopvattingen over zichzelf en/of anderen vertoonden vele correlaties met diverse aspecten van de gemeten psychoseklachten (d.w.z. met ongewone gedachten, niet-bizarre ideeën, waarnemingsabnormaliteiten en gedesorganiseerde spraak).

Kernopvatting

De auteurs zien in hun bevindingen een bevestiging van de hypothese dat psychosen mede wortelen in negatieve zelfopvattingen (zie bv Krabbedam et al, 2002). Maar dit onderzoek bewijst dat op zichzelf niet. Correlaties kunnen niet zomaar causaal geïnterpreteerd worden. Een andere hypothese is bijv. dat de gevonden negatieve kernopvattingen onderdeel zijn van de psychosen zelf, of dat ze behoren tot de sociaalpsychologische consequenties van de psychose (psychose geeft een deuk in het beeld van zichzelf en anderen). Dat neemt niet weg dat het onderzoek aantoont dat eigenlijk alle gradaties van psychoseklachten binnen de GGZ met verhoogde negatieve kernopvattingen gepaard gaan, die weer verband met de ernst en impact van positieve psychosesymptomen.

Interventies gericht op negatieve zelf en ander opvattingen verlichten vermoedelijk ook de psychose.

Taylor, HE, Stewart, SLK, & Dunn, G. (2014). Core Schemas across the Continuum of Psychosis: A Comparison of Clinical and Non-Clinical Groups. Behavioural and Cognitive Psychotherapy, 42, 718–730. DOI: doi:10.1017/S1352465813000593PubMed/PMID: 23920050
Artikel

Krabbendam, L., Janssen, I., Bak, M., Bijl, R. V., de Graaf, R. and van Os, J. (2002). Neuroticism
and low self-esteem as risk factors for psychosis. Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology,
37, 1–6.”>Artikel