PTSS bij psychose, een simpele screeningtool

Gedachten Uitpluizen

“Hoewel veel mensen met psychosen last hebben van PTSS en onbehandelde PTSS bij deze doelgroep een zeer negatieve invloed heeft op de klachten en het welzijn, wordt dit in de praktijk bijna nooit vastgesteld. Elk psychose behandelteam zou routinematig moeten screenen op PTSS.”

Het belang van een goede PTSS screening bij mensen met psychosen is even eenvoudig als dringend: uit eerder Nederlands onderzoek bleek dat PTSS zwaar ondergerapporteerd is in dossiers. In de praktijk betekent dit, dat de aandacht voor trauma en PTSS in de behandeling nihil is. Terwijl onbehandelde PTSS grote beperkingen in het dagelijks leven geeft en het ook nog eens de psychose verergert en minder geschikt maakt voor medicamenteuze behandeling.

In deze studie werden 2608 cliënten met psychose uit Nederlandse GGZ-en gescreend met drie vragen:
1) of ze trauma’s meemaakten
2) zo ja welk type en hoe vaak (seksueel, fysiek, emotioneel, psychose als trauma, verwaarlozing, overig trauma
3) Welke van tien PTSS klachten van herbeleven of hyperarousal (stressverschijnselen) zij ervoeren.

Die derde vraag naar klachten is de eigenlijke PTSS screener en is ontworpen door Chris Brewin (2002): de “Trauma Screening Questionnaire”(TSQ).
Wat bleek: in Nederland rapporteerde 78% van de ondervraagde cliënten met psychosen dat ze tenminste één keer een trauma hadden meegemaakt. Maar ter vergelijking: de meerderheid van alle Nederlanders heeft ook ten minste één traumatisch ervaring meegemaakt. Het grote verschil tussen de psychosegroep en de algemene populatie is dat cliënten met psychose een hogere frequentie en meer verschillende typen trauma’s meemaakten. In de psychosegroep maakte 78% tenminste 1 trauma mee, 70% 2 of meer, en 60% rapporteerde tenminste drie schokkende of levensbedreigende incidenten. Velen van hen rapporteerden dat trauma’s hoogfrequent voorkwamen. Gemiddeld meldden mensen trauma’s uit verschillende categorieën (bijvoorbeeld zowel seksueel misbruik als psychische mishandeling). Eigen aan deze groep is dat psychosen en de reacties daarop vanuit de omgeving als echte trauma’s werden beleefd. Van de 78% die minimal 1 trauma meemaakte, rapporteerde bijna 80% de psychotische periode als een trauma te ervaren.

De groep van mensen met psychosen kan dus, gemiddeld genomen, worden beschouwd als een multipel getraumatiseerde groep. Hierbij bestaan er verschillen tussen de mannen en de vrouwen.
Nederlandse vrouwen met psychoseklachten rapporteerden in vergelijking met mannen vaker seksuele trauma’s (3.5 : 1), lichamelijke mishandeling (1.5 : 1) en psychische mishandeling (1.5 : 1). De vrouwen rapporteerden minder trauma’s van geweldsincidenten, oorlog en ongevallen dan mannen (0.8 : 1).

Die hoogfrequente blootstelling aan diverse typen trauma’s in de psychosegroep draagt bij aan een veel hoger percentage mensen met PTSS dan in de algemene bevolking (waarin ongeveer 3.5% PTTS heeft). Van de cliënten met psychosen in dit onderzoek bleek 16% klachten te hebben die voldeden aan de volledige criteria van een PTSS. Dit zeer aanzienlijke percentage komt blijkens de studie echter helemaal niet tot uiting in de elektronische patiënten dossiers van de deelnemende cliënten. Bij slechts 1 op elke 32 psychose cliënten met PTSS staat de diagnose PTSS vernoemd in het dossier. Een verbijsterende onderrapportage van 97%! De behoefte aan een hulpmiddel om mensen met PTSS efficiënt te detecteren moge duidelijk zijn.

Bij 455 deelnemers werd behalve de hierboven beschreven screener ook het klinisch interview PTSS afgenomen. Zo kon de uitslag op de screener (de TSQ score van 0-geen klachten naar 10-alle klachten) worden vergeleken met de ‘gouden standaard’ Klinisch interview PTSS (wel/geen PTSS). Het bleek na berekening dat een TSQ-score van 6 of meer in 44% van de gevallen echt een PTSS representeert. Een TSQ-score van 5 of lager betekent vrijwel zeker (94%) dat er geen PTSS is. Dit betekent dat er bijna geen mensen met PTSS gemist worden en dat in bijna 1 op de 2 klinische interviews een PTSS vastgesteld wordt. Dat is een erg efficiente procedure, vooral gezien het feit dat de screening maar 5 minuten duurt. Het beleidsadvies is derhalve: screen alle psychose cliënten met de TSQ, geef de hoogscoorders (≥6) een goed PTSS diagnostisch interview en behandel de PTSS vervolgens met EMDR of exposure.
170_Handvat

Dit artikel biedt een praktisch handvat om de schadelijke onderdetectie van PTSS bij psychose tegen te gaan. Maak er gebruik van!

De Bont, P. A., van den Berg, D. P., van der Vleugel, B. M., de Roos, C., de Jongh, A., van der Gaag, M., & van Minnen, A. (2015). Predictive validity of the trauma screening questionnaire in detecting post-traumatic stress disorder in patients with psychotic disorders. The British Journal of Psychiatry : The Journal of Mental Science. doi:10.1192/bjp.bp.114.14848 Artikel