Voor psychosepreventie biedt het onderzoek naar sociale cognitie-problemen van UHR cliënten nog weinig aanknopingspunten.

Gedachten Uitpluizen

Welke gebreken hebben UHR cliënten (mensen met een hoog risico voor psychose) in hun sociale cognities en welke van die gebreken hebben voorspellende waarde voor de transitie naar psychose? Gebrekkige empathie? Slechte emotieherkenning? Situaties slecht kunnen inschatten?

Het begrip ‘sociale cognitie’ slaat op het vermogen van een individu tot het waarnemen, encoderen, opslaan, ophalen, verwerken en evalueren van informatie over medemensen. ‘Sociale cognitie’ omvat kortom de hele cognitieve kant van onze omgang met elkaar als mensen.

In een meta-analyse hebben deze onderzoekers alle kennis op een rijtje gezet: mensen met UHR (ten opzichte van mensen zonder UHR) en hun beperkingen in emotieherkenning en -discriminatie, empathie en Theory of Mind (TOM), attributiestijlen, en waarneming/kennis van sociale situaties. Vervolgens bekeken de onderzoekers of de gevonden beperkingen wellicht een voorspellende waarde hebben voor de transitie naar psychose.

De resultaten zijn duidelijk: ja, UHR cliënten hebben gemiddeld genomen een slechtere sociale cognitie op alle vier de domeinen dan gezonde individuen, maar in z’n algemeenheid voorspelt ‘beperkingen in sociale cognitie’ niet de transitie naar psychose. Het leek er wel op dat de transitie naar psychose wordt voorspeld door gebreken in twee van de vier onderzochte sociale cognitie-domeinen: gebrekkige gezichtsemotie-herkenning en verbale TOM (d.w.z. beperkingen in het vermogen om uit verbaal materiaal zich een beeld te vormen van het perspectief van een ander en indirect ook van zichzelf). Dit zijn twee domeinen die iets lijken te zeggen over de ander kunnen inschatten. Als dat minder goed lukt, lijkt dit dus samen te gaan met een grotere kans op psychose.

Het moet in navolging van de auteurs vermeld worden dat er nog veel onderzoek nodig is en dat de resultaten moeten worden beschouwd als betrekkelijk. Deze meta-analyse kent namelijk een grote variatie in aanpak binnen de geïncludeerde studies; op sommige thema’s is het aantal studies erg klein (bv bij sociale waarneming/kennis); de data om psychose te voorspellen leggen zijn niet altijd toereikend; en sommige uitkomsten verschillen erg met andere meta studies (bv dat bij UHR alleen de verbale en niet ook de visuele TOM slechter zou zijn dan bij gezonde mensen).

Ondanks de relativering geeft het wel te denken: er zijn allerlei soorten van sociale cognitie-processen en het is een hele uitdaging om uit te zoeken welke daarvan bij UHR het meest fundamenteel of het sterkst de transitie naar psychose voorspellen. Om de pijlen van preventieve behandeling steeds beter gericht te krijgen is onderzoek als dit broodnodig.

Van Donkersgoed R.J.M., Wunderink L., Nieboer R., Aleman A., Pijnenborg G.H.M. (2015) Social Cognition in Individuals at Ultra-High Risk for Psychosis: A Meta-Analysis. PLoS ONE 10(10): e0141075. doi: 10.1371/journal.pone.0141075 PMID: 26510175

Artikel