Door Janneke Ferwerda

Wat meditatie teweegbrengt, blijkt minder eenduidig dan vaak wordt verondersteld en hangt sterk samen met de betekenis die mensen aan hun ervaringen geven.

 

Meditatie is booming in de westerse wereld. Het wordt toegepast in religieuze en spirituele centra, maar ook aangeboden als onderdeel van wellnessweekenden en steeds vaker gepresenteerd als middel om de mentale gezondheid te verbeteren. Daarbij wordt regelmatig de suggestie gewekt dat meditatie universeel heilzaam en risicoloos zou zijn. De werkelijkheid is echter complexer. Het hier besproken artikel onderzoekt zogenoemde delusion-like ideation (DLI): ideeën of overtuigingen met waanachtige kenmerken die kunnen voorkomen bij psychiatrische aandoeningen zoals psychose of bipolaire stoornis, maar die ook relatief vaak optreden bij mensen zonder formele diagnose. De auteurs laten zien dat dergelijke ervaringen ook kunnen ontstaan in de context van boeddhistische meditatiebeoefening in het Westen.

Het onderzoek is gebaseerd op het Varieties of Contemplative Experience-project, een grootschalige kwalitatieve studie waarin 68 meditatiebeoefenaars en 33 meditatie-experts (leraren en clinici) uitgebreid zijn geïnterviewd. Alle deelnemende beoefenaars hadden ontregelende of ingrijpende ervaringen doorgemaakt die zij (deels) toeschreven aan meditatie. De interviews zijn systematisch geanalyseerd om typen ervaringen, hun verloop, impact en manieren van duiding in kaart te brengen.

Bijna de helft van de meditatiebeoefenaars (33 van de 68) rapporteerde één of meer vormen van delusion-like ideation. Het ging onder meer om grootheidsideeën, gevoelens van speciale kennis of een bijzondere missie, paranoia, het gevoel gecontroleerd te worden, doods- of ondergangsideeën en het toekennen van persoonlijke betekenis aan alledaagse gebeurtenissen. Deze ervaringen varieerden sterk in ernst en duur. Sommige waren kortdurend en verdwenen vanzelf, andere hielden langer aan, gingen gepaard met angst en ontregeling en hadden duidelijke gevolgen voor het dagelijks functioneren.

In een deel van de gevallen leidde dit tot het stoppen van meditatie, het verlaten van een retraite, of het zoeken van professionele hulpverlening, zoals psychotherapie, psychiatrische behandeling, medicatie of ziekenhuisopname. In andere gevallen bleven mensen mediteren en werden de ervaringen niet als psychopathologisch geduid. Opvallend is dat deze ervaringen niet uitsluitend voorkwamen bij mensen met een psychiatrische voorgeschiedenis. Ook meditatie-intensiteit, traditie of setting boden geen eenduidige verklaring.

Een belangrijk inzicht uit het artikel is dat niet zozeer het optreden van deze ervaringen bepalend is voor ontregeling, maar de betekenis die eraan wordt gegeven en de sociale context waarin die betekenis wordt bevestigd of bijgesteld. Dezelfde ervaring kan tot zeer verschillende uitkomsten leiden. Wanneer meditatie-ervaringen worden begrepen als tijdelijk, symbolisch of psychologisch, neemt ontregeling mogelijk af. Wanneer zij daarentegen letterlijk worden genomen of worden gezien als bewijs van een bijzondere status, roeping of missie, is de kans groter dat overtuigingen verharden en generaliseren.

Binnen boeddhistische meditatieculturen kunnen spirituele kaders hierbij zowel beschermend als risicovol werken. Zij kunnen houvast bieden en helpen om ervaringen te plaatsen en te normaliseren, maar ook bijdragen aan escalatie wanneer waanachtige interpretaties niet worden bevraagd.

De auteurs benadrukken dat waanachtige overtuigingen sterk relationeel en contextueel zijn, en gezien kunnen worden als pogingen om betekenis te geven aan intense innerlijke ervaringen.

Deze inzichten sluiten nauw aan bij CGT voor psychose, waarin niet de ervaring zelf centraal staat, maar de betekenis die eraan wordt gegeven. Juist de flexibiliteit van die betekenisgeving lijkt bepalend voor het beloop. Tegelijkertijd onderstrepen de bevindingen het belang om niet direct in paniek te raken van bijzondere ervaringen, maar deze met een open, nieuwsgierige houding en in hun context te benaderen, zonder direct te focussen op pathologie.

De auteurs concluderen dat meditatiegerelateerde waanachtige ervaringen niet eenvoudig kunnen worden geclassificeerd als óf spiritueel óf psychopathologisch. De impact wordt bepaald door duur, intensiteit, persoonlijke kwetsbaarheid, sociale context en de wijze waarop betekenis wordt gegeven en begeleid. Zij waarschuwen tegen het idee dat meditatie per definitie veilig of universeel heilzaam is, en pleiten voor een genuanceerde benadering waarin ook mogelijke risico’s expliciet worden meegenomen.

Dit onderzoek nodigt uit tot een houding van vertrouwen en rust ten aanzien van bijzondere ervaringen bij meditatie. Niet elke ongebruikelijke ervaring is problematisch, maar ontregeling vraagt wel om een zorgvuldige, onderzoekende benadering van betekenisgeving, en passende begeleiding.

Solomonova, E., Lindahl, J. R., Gold, I., Cooper, D. J., Little, C., Arteca, D., … & Britton, W. B. (2025). “I was trying to save the world”: delusion-like ideation and associated impacts reported by Western practitioners of Buddhist meditation. Frontiers in Psychology16, 1644684.

Artikel