Door Eva de Bruijn

Wereldwijd wordt ongeveer 0,45% van de volwassenen gediagnosticeerd met schizofrenie. Zowel genetische kwetsbaarheid als omgevings- en sociale factoren – zoals luchtvervuiling en verstedelijking – zijn gekoppeld aan een verhoogd risico op het ontwikkelen van een psychotische stoornis. Hoewel deze omgevings- en sociale factoren de afgelopen decennia sterk zijn veranderd, is er relatief weinig onderzoek gedaan naar de invloed daarvan op de incidentie van psychose. Tot nu toe werd ervan uitgegaan dat de incidentie van psychotische stoornissen stabiel is of zelfs afneemt in landen met een hoog inkomen. Er is echter nooit gekeken naar verschillen tussen geboortecohorten en variatie in blootstelling aan risicofactoren. Dit onderzoek bekijkt daarom of het risico op psychose tussen geboortecohorten verschilt.

Het betreft een retrospectieve cohortstudie waarin alle gezondheidsdata van personen geboren tussen 1960 en 2009 in Ontario, Canada, zijn samengevoegd. De geboortecohorten werden in blokken van vijf jaar ingedeeld. Voor elk cohort werd zowel de jaarlijkse incidentie als de cumulatieve incidentie van niet‑affectieve psychotische stoornissen berekend. De onderzoekers includeerden diagnoses van schizofreniespectrumstoornissen en psychotische stoornissen niet anders omschreven (NAO) die gesteld zijn tussen 1992 en 2023.

Door leeftijd ten tijde van de diagnose te koppelen aan het geboortecohort konden de onderzoekers onderzoeken of het aantal diagnoses en de leeftijd waarop deze werden gesteld door de tijd heen veranderden.

In totaal zaten ruim 12 miljoen mensen in het onderzoek, van wie bij 152.587 personen (0,9%) gedurende de studieperiode een psychotische stoornis werd vastgesteld. Personen met een psychotische stoornis waren vaker man, woonachtig in een lage‑inkomensbuurt, langdurig inwoner van Canada en vaker in zorg voor psychische klachten en middelengebruik. Dan de belangrijkste bevinding: tussen 1997 en 2023 nam de jaarlijkse incidentie van psychotische stoornissen voor jongeren van 14–20 jaar met 60% toe (van 62,5 naar 99,7 per 100.000 mensen). Deze stijging was vooral zichtbaar bij psychotische stoornissen NAO; de incidentie van schizofreniespectrumstoornissen bleef in deze groep stabieler. Voor volwassenen van 21–50 jaar nam de incidentie van schizofreniespectrumstoornissen juist af, terwijl de incidentie van psychotische stoornissen NAO gelijk bleef.

Over de verschillende geboortecohorten heen werd een duidelijke stijging gezien in de incidentie van psychotische stoornissen, terwijl de leeftijd waarop de diagnose werd gesteld afnam. Personen geboren tussen 2000–2004 hadden een 70% hogere kans op een schizofreniediagnose dan personen geboren tussen 1975–1979. De toename in psychotische stoornissen NAO was nog sterker. Ten opzichte van het cohort 1975–1979 was het percentage gediagnosticeerde personen:

104% hoger bij 20‑jarigen geboren in 2000–2004 (van 0,27% naar 0,55%)

37,5% hoger bij 30‑jarigen geboren in 1990–1994 (van 0,96% naar 1,32%)

Hoewel mannen een hoger risico hebben, waren de cohorteffecten vergelijkbaar voor beide geslachten.

De onderzoekers benadrukken dat er geen eenduidige oorzaak is, maar noemen mogelijke verklaringen:

  • veranderingen in vroegkinderlijke en omgevingsfactoren
  • trends in middelengebruik (zoals cannabis)
  • veranderde gedragingen of psychosociale stressoren
  • verbeterde toegang tot zorg (deels verklarend, maar onvoldoende om de totale stijging te duiden)

Uit het onderzoek blijkt dat jongere generaties een aanzienlijk hoger risico hebben op het ontwikkelen van psychotische stoornissen, en dat deze diagnoses op steeds jongere leeftijd worden gesteld. Dit wijst op mogelijke verschuivingen in risicofactoren tussen generaties en onderstreept het belang van vroegdectectie, preventie en goed toegankelijke geestelijke gezondheidszorg.

Myran, D. T., Gibb, M., Pugliese, M., Fiedorowicz, J. G., Anderson, K. K., Ramsay, T., Jalal, H., Kurdyak, P., & Solmi, M. (2026). Incidence of psychotic disorders by birth cohort: A population-based cohort study in Ontario, Canada. CMAJ, 198(4), E118–E127.

2026-04-02T20:25:11+01:002 april 2026|Diagnostiek, Vroegdetectie|

Deel dit artikel op je favoriete platform...!