Door Helga Ising

Behandeling van ADHD met stimulantia kan in zeldzame gevallen een onverwachte en ingrijpende wending nemen. Nieuwe grootschalige analyses laten zien dat stimulerende middelen niet alleen helpen, maar onder bepaalde omstandigheden ook psychoses kunnen uitlokken. Maar hoe groot is dat risico eigenlijk — en waarom loopt het zo uiteen tussen voorgeschreven en recreatief gebruik?

Deze systematische review en meta-analyse onderzoekt het verband tussen het gebruik van stimulantia en het ontstaan van psychose. Daarbij wordt voor het eerst een directe vergelijking gemaakt tussen therapeutisch gebruik (op doktersvoorschrift) en niet-therapeutisch gebruik (zoals recreatief of misbruik). In totaal werden 77 studies geanalyseerd, met samen bijna 688.000 deelnemers wereldwijd.

De resultaten laten een scherp contrast zien. Bij therapeutisch gebruik — bijvoorbeeld bij de behandeling van ADHD met middelen zoals methylfenidaat of amfetamine — blijkt het risico op het ontwikkelen van een psychose relatief laag. De geschatte incidentie ligt rond de 0,6%, terwijl de prevalentie zelfs nog lager is (ongeveer 0,2%). Dit betekent dat psychoses in deze context zeldzaam zijn, en vaak ook omkeerbaar: klachten verdwijnen meestal na het verlagen van de dosis of het stoppen van de medicatie.

Heel anders is het beeld bij niet-therapeutisch gebruik. Hier gaat het vaak om hoge doseringen, middelen zoals methamfetamine, en gebruiksvormen zoals roken of inspuiten. In deze groep ligt de prevalentie van psychose maar liefst rond de 32,8%. Dat betekent dat ongeveer één op de drie gebruikers psychotische symptomen ervaart. Deze psychoses kenmerken zich vaak door een plotseling begin, ernstigere symptomen (zoals paranoïde wanen en hallucinaties), en een verhoogd risico op terugkeer of aanhoudende klachten.

De verschillen tussen beide groepen zijn te verklaren door meerdere factoren. Therapeutisch gebruik gebeurt onder medische begeleiding, met gecontroleerde doseringen en monitoring. Niet-therapeutisch gebruik daarentegen gaat vaak gepaard met hogere doses, combinatiegebruik met andere middelen, en een grotere kwetsbaarheid door onderliggende psychische of sociale problemen.

Samenvattend zijn niet-therapeutisch gebruik en hoge doseringen stimulantia duidelijk geassocieerd met aanzienlijk hogere percentages psychose, terwijl therapeutisch gebruik een veel lager, maar niet verwaarloosbaar risico kent. Hoewel stimulantia in een medische context doorgaans veilig zijn, is het risico op psychose niet volledig uitgesloten. Het contrast met niet-therapeutisch gebruik is groot: waar het ene gepaard gaat met een klein en beheersbaar risico, vormt het andere een aanzienlijk en vaak onderschat volksgezondheidsprobleem.

Voor de klinische praktijk betekent dit dat patiënten die stimulantia gebruiken zorgvuldig gemonitord moeten worden, met name wanneer er sprake is van psychose kwetsbaarheid. Maar het betekent ook dat stimulantia voorschrijven niet direct gecontraïndiceerd hoeft zijn bij iemand die mogelijk eerder gevoeligheid voor psychose heeft gehad. Het hoeft lang niet altijd psychose te triggeren.

Bron:

Jangra, D., Tejwani, R., Ahluwalia, Y., Sarkar, S., & Balhara, Y. P. S. (2026). Stimulant-induced psychosis: A comparative systematic review and meta-analysis of psychotic outcomes from therapeutic and nontherapeutic use of stimulants. Journal of Addiction Medicine. Advance online publication. https://doi.org/10.1097/ADM.0000000000001656