Door Janneke Ferwerda

Stemmen die je naar beneden halen, kritiek op je hebben, je belachelijk maken, bedreigen of bestraffen. Voor veel mensen die stemmen horen is dit de dagelijkse realiteit. De inhoud van deze stemmen staat vaak niet los van eerdere (traumatische) ervaringen. Soms herhalen stemmen letterlijk wat een kritische ouder vroeger zei. Soms weerspiegelen ze thema’s die voortkomen uit ingrijpende ervaringen in de kindertijd, zoals afwijzing, schaamte en waardeloosheid.

Steeds meer onderzoek laat zien dat stemmen meestal geen willekeurige perceptuele ervaringen zijn, maar betekenisvolle psychologische ervaringen die samenhangen met autobiografische herinneringen, hechting en trauma. Voor mensen die last hebben van hun stemmen, biedt inzicht in de betekenis en herkomst ervan aanknopingspunten voor behandeling. Niet alleen de stemmen zelf, maar vooral hun inhoud, betekenis en de relatie die iemand ermee heeft, kunnen onderwerp van behandeling zijn.

Deze samenhang tussen stemmen en eerdere ervaringen maakt schematherapie interessant. Binnen de schematherapie wordt onderzocht hoe ervaringen uit de kindertijd doorwerken in de manier waarop iemand zichzelf en anderen ervaart. Stemmen kunnen niet alleen schemamodi activeren, ze zouden ook een representatie van een schemamodus kunnen zijn.

Een kritische of bestraffende stem kan bijvoorbeeld een uiting zijn van de Straffende Ouder modus. Deze stem kan vervolgens het Kwetsbare Kind activeren, waarin iemand zich angstig, beschaamd, verdrietig of hulpeloos voelt. Wanneer de Gezonde Volwassene onvoldoende de kans heeft gehad zich te ontwikkelen, is het moeilijker om afstand te nemen van de stem en er grenzen aan te stellen. Andersom kunnen stemmen ook een uiting zijn van het Kwetsbare Kind, bijvoorbeeld wanneer ze angstig of verdrietig klinken. Er zijn ook stemmen die steun of geruststelling bieden en kenmerken hebben van de Gezonde Volwassene.

Stemmen en schemamodi kunnen elkaar dus beïnvloeden. Dit maakt het zinvol om stemmen mee te nemen in een schematherapeutische casusconceptualisatie en behandeling.

Eerder onderzoek naar Imagery Rescripting bij stemmenhoorders met traumatische ervaringen liet al zien dat het bewerken van belastende herinneringen kan leiden tot minder ervaren spanning door stemmen. Ook herkenden stemmenhoorders hun kritische stemmen regelmatig als een uiting van de Straffende Ouder.

Vanuit deze inzichten is Schema Therapy for Voices (STv) ontwikkeld, een behandeling waarin schematherapie specifiek wordt toegepast bij mensen die last hebben van stemmen. Samen met de cliënt worden verbanden onderzocht tussen vroege ervaringen, schema’s, schemamodi en de huidige stemmen. Met Imagery Rescripting en stoelentechnieken wordt gewerkt aan het verminderen van de invloed van de Straffende Ouder, het tegemoetkomen aan de emotionele behoeften van het Kwetsbare Kind en het versterken van de Gezonde Volwassene.

Nu is er dus een eerste onderzoek gedaan naar STv. Ze hebben gekeken of deze behandeling kan helpen om minder last te hebben van stemmen. Daarbij ligt de focus niet alleen op veranderingen in de stemmen zelf, maar ook naar de invloed van de behandeling op emotieregulatie en schemamodi. Ook is gekeken of de behandeling in de praktijk goed uitvoerbaar is en of stemmenhoorders ervoor kiezen de behandeling te volgen en af te ronden. Het onderzoek vond plaats op een gespecialiseerde polikliniek in Australië. Twintig stemmenhoorders met verschillende psychiatrische diagnoses, waaronder psychotische stoornissen en persoonlijkheidsproblematiek, begonnen aan de behandeling. Zij hadden gemeen dat ze belastende stemmen hoorden, moeite hadden met emotieregulatie en dat de inhoud van hun stemmen verband hield met negatieve ervaringen in hun jeugd.

De behandeling bestond uit 20 tot 30 individuele sessies van een uur. Eerst werden de verbanden tussen vroegere ervaringen, onvervulde emotionele behoeften, schema’s en stemmen in kaart gebracht. Op basis daarvan werd een schemamodusconceptualisatie opgesteld waarin ook de stemmen een plaats kregen. Vervolgens werd met Imagery Rescripting en stoelentechnieken gewerkt aan de verschillende modi. Daarnaast was er aandacht voor copingmodi en het toepassen van veranderingen in het dagelijks leven.

Voor, halverwege en na de behandeling vulden deelnemers vragenlijsten in over hun stemmen, emotieregulatie en schemamodi.

Van de 24 stemmenhoorders die in aanmerking kwamen, koos 83% voor de behandeling. Vijftien van de twintig deelnemers rondden deze af. De belangrijkste bevinding was dat deelnemers na afloop aanzienlijk minder spanning door hun stemmen ervoeren. Deze afname was statistisch significant, met een grote effectgrootte (Cohen’s d = 1,18). Bij veertien van de vijftien deelnemers die de behandeling afrondden, nam de spanning af.

Daarnaast rapporteerden deelnemers minder negatieve emoties en minder problemen met emotieregulatie. Ook nam de Straffende Ouder modus significant af. De ernst en negatieve inhoud van de stemmen en de aanwezigheid van het Kwetsbare Kind namen eveneens af, maar niet statistisch significant. Ook de Gezonde Volwassene werd niet significant sterker. Het is voorstelbaar dat de ontwikkeling van deze modus meer tijd vraagt dan de 20 tot 30 sessies die werden aangeboden.

Vooral de afname van de Straffende Ouder modus is interessant, omdat kritische en bestraffende stemmen juist met deze modus in verband worden gebracht. Opvallend is dat deelnemers aanzienlijk minder last hadden van hun stemmen, terwijl de ernst en inhoud ervan minder duidelijk veranderden. Een stem hoeft dus niet te verdwijnen of sterk te veranderen om minder invloed te hebben op iemands leven. Dit sluit ook aan bij een belangrijk uitgangspunt van cognitieve gedragstherapie voor psychose (CGTp), waarin niet zozeer het verminderen van stemmen centraal staat, maar vooral het verminderen van de ervaren macht en geloofwaardigheid ervan. Schematherapie richt zich daarnaast op de onderliggende schema’s en schemamodi die de relatie tussen iemand en zijn stemmen kunnen beïnvloeden.

De eerste resultaten zijn hoopgevend, maar vragen om bevestiging in vervolgonderzoek. Het onderzoek was klein, zonder controlegroep of follow-upmetingen. Bovendien ging het om een specifieke groep stemmenhoorders. Schematherapie lijkt een interessante aanvulling op de behandeling van belastende stemmen, maar de werkzaamheid moet verder worden onderzocht.

Paulik, G., Reddyhough, C., & Lee, C. W. (2026). Schema Therapy for Voice Hearers: A Case Series Study. Clinical Psychology & Psychotherapy, 33(5), e70349.
Artikel