Hoe zit het met de “hoorbaarheid” van auditieve hallucinaties?

Gedachten Uitpluizen

“Soms hóór ik stemmen, maar meestal heb ik stemmen die meer van binnen voelen, als gedachten.” “Het is meer als een verbeelde stem. Ik kan het, zeg maar, hóren, maar niet in de letterlijke zin.”

Stemmen horen is van alle tijden, maar niet altijd worden stemmen door stemmenhoorders ervaren als “hoorbaar”. Sterker nog, volgens een recent onderzoek ervaart slechts een minderheid hun stemmen net zoals de stemmen van echte andere personen. Veel vaker beleven stemmenhoorders hun stemmen als slechts deels hoorbaar, meer als iets wat lijkt op een gedachte, of als bijvoorbeeld een combinatie van geluid en gedachte. Er blijken meer kenmerken mee te spelen in de beleving van stemmenhoren dan we meestal begrijpen of in kaart brengen.

Er is nog weinig bekend over de subjectieve sensorische kenmerken van auditieve (verbale) hallucinaties. Ook in de klinische praktijk zijn de meetinstrumenten die stemmenhoren in kaart brengen overwegend gericht op waarneming (van geluid) en bijvoorbeeld minder op gedachte-achtige stemmen (‘thought-like voices’). In een recent Amerikaans onderzoek werd een gedetailleerde analyse gedaan van auditieve hallucinaties bij 80 stemmenhoorders met een diagnose uit het schizofrenie spectrum. Het betroffen personen uit India, Ghana en de VS. Door middel van een diepte-interview werden verschillende dominante stemmenpatronen onderscheiden.

Opmerkelijk was dat echt stemmen horen (zoals wij een ander of ons zelf horen praten), slechts door 17,5 % van de onderzochten als dominant patroon werd gerapporteerd. De andere (zes) dominante patronen van stemmenhoren betroffen gemengde- en tussenin patronen, ‘gedachte-achtige’ patronen (stem is niet hoorbaar), getransformeerde patronen (verkeerde waarneming van echte stemmen of geluiden) of multisensorische patronen (met sterke visuele kenmerken). Het gemengde patroon (hoorbare naast gedachte-achtige stemmen) bleek het meest voor te komen (28,75 %). De meeste deelnemers (79%) rapporteerden naast hun dominante patroon ten minste ook beperkte ervaringen met duidelijk hoorbare auditieve hallucinaties. Bijna iedereen (98%) gaf expliciet aan geen controle te hebben over optreden en inhoud van hun stemmen. Ook werd duidelijk dat er een aanzienlijke overlap bestaat met verstoringen in basale cognitieve processen. Betrekkingsideeën, gedachte-inbrenging, verminderde zelfbegrenzing, e.d. werden vaak gerapporteerd.

Hoe was het nu voor de deelnemers om zo diepgaand over hun stemmen uitgevraagd te worden? Voor velen bleek het behoorlijk lastig om duidelijk en in detail uit te leggen hoe zij hun stemmen ervaren. Een deelnemer vertelde : “(…) het wordt echt heel moeilijk voor mij om het verschil uit te leggen tussen echte stemmen, ‘gehallucineerde stemmen’, gedachten in mijn eigen hoofd, gedachten van andere mensen en gedachten die in de lucht hangen (…)”. Het bleek vaak makkelijker om uit te leggen wat hun stemmen niet waren. Dit is een relevant gegeven vanwege een potentieel risico om de stemmenwereld van de stemmenhoorder verkeerd te begrijpen. Kortom, in de klinische praktijk zullen we mogelijk nog meer oog moeten houden voor de enorme diversiteit van stemmen, voor de problemen bij het beschrijven ervan en voor de risico’s van verkeerde (casus)conceptualisaties.

Jones, N. & Luhrman, T.M. (2015). Beyond the sensory: Findings from an in-depth analysis of the phenomenology of “auditory hallucinations” in schizophrenia. Psychosis, DOI 10.1080/17522439.2015.1100670
Artikel