To smell or not to smell… Over fantoomgeur en olfactorische hallucinaties

Gedachten Uitpluizen

Ruik jij wel eens een vieze geur terwijl er niks vies in de buurt is? Of ruik je brand of een gaslucht terwijl er in de verste verten geen brand of gas te vinden is? Dan ben je niet de enige. Bainbridge en collega’s onderzochten de prevalentie van wat ze zelf ‘fantoomgeur’ noemen. Dit definiëren zij als het ruiken van een geur zonder de corresponderende bron. Precies ja, dat wat wij in de GGZ een olfactorische hallucinatie noemen. Bainbridge en collega’s onderzochten dit fenomeen in ongeveer 7500 Britten van 40 jaar en ouder. Ze vonden dat 6,5% van hen fantoomgeuren rapporteerden. Vrouwen meer dan mannen. En jonge vrouwen (relatief dan) meer dan oudere vrouwen (>70 jaar).

Bainbridge en collega’s onderzochten ook de samenhang tussen fantoomgeur en andere factoren. Hier blijkt dat deze onderzoekers erg medisch georiënteerd zijn. Ze onderzochten namelijk de samenhang met zaken als de algemene gezondheid, hoofdletsel, oorontstekingen en een droge mond. Ook werden demografische factoren zoals scholing, inkomen, alcoholgebruik en roken onderzocht. Helaas namen ze hier geen psychologische factoren of de aanwezigheid van (subklinische) psychische klachten mee. De onderzoekers vonden een associatie tussen de rapportage van fantoomgeur en een slechtere algemene gezondheid, droge mond, hoofdletsel en een lager inkomen. Zelf concluderen ze dat medicatiegebruik en een sensitiever geurapparaat bij vrouwen potentiele verklaringen zijn voor de bevindingen.

Interessant aan dit onderzoek is allereerst het feit dat de aanwezigheid van fantoomgeur of olfactorische hallucinaties ermee op de kaart wordt gezet. Daarnaast geeft het ook aanknopingspunten voor verder onderzoek. In het commentaar dat de editor van het tijdschrift op dit artikel schrijft komt naar voren dat het optreden van fantoomgeuren (op latere leeftijd) een voorspeller is voor het optreden van neuropsychiatrische stoornissen, zoals dementie. En dus belangrijk is om alert op te zijn in de klinische praktijk. Het is niet onvoorstelbaar dat het op jongere leeftijd een voorspeller is voor andere psychische stoornissen. Dat moeten we uitzoeken met behulp van wetenschappelijk onderzoek. Maar dat vraagt ook iets extra’s van clinici. Want fantoomgeuren bespreekt bijna niemand uit zichzelf… Slechts één op de negen mensen die last heeft van fantoomgeuren bespreekt dit ook met een arts, zo blijkt uit dit onderzoek. Onduidelijk is waar dat mee te maken heeft, aangezien ook blijkt dat het optreden van fantoomgeuren als meer belastend wordt ervaren dan bijvoorbeeld een verminderd geurvermogen. Kortom: er is nog veel onduidelijk maar dit ruikt naar meer…!

Bainbridge, K.E., Byrd-Clark, D., Leopold,D. (2018). Factors Associated With Phantom Odor Perception

Among US Adults – Findings From the National Health and Nutrition Examination Survey. JAMA Otolaryngology–Head & Neck Surgery.

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/30128498