Door

Door Inez Verdaasdonk 

CGTp is een aanbevolen en effectieve psychologische behandeling voor mensen met psychose. Toch profiteert niet iedereen van deze therapie: naar schatting laat ongeveer de helft van de cliënten geen duidelijke verbetering zien en rondt 16-43% de behandeling niet af. Om behandelingen beter af te stemmen op individuele cliënten is het handig als we begrijpen welke factoren samenhangen met behandeluitkomst en therapietrouw.

In deze systematische review werden 23 CGTp-studies in de literatuur bekeken die onderzochten welke kenmerken voorafgaand aan de behandeling samenhangen met behandelrespons en uitval bij CGTp. De studies waren gedaan bij mensen met een psychotische stoornis of een eerste psychose. De studies in deze review verschilden onderling sterk in opzet, meetinstrumenten en uitkomstmaten, wat het vergelijken van resultaten lastiger maakt.

Voor behandelrespons werden verschillende mogelijke voorspellers onderzocht, waaronder demografische kenmerken, symptomen, cognitieve functies, en behandelverwachtingen. Sommige studies vonden dat minder sterke overtuiging van wanen en meer inzicht in klachten samenhingen met betere uitkomsten. Ook waren er aanwijzingen dat mensen die al langer psychoseklachten hadden gemiddeld minder verbetering lieten zien. Dit werd echter niet consequent teruggevonden in alle studies.

Slecht zes studies onderzochten factoren die samenhangen met therapietrouw of behandeluitval. Hieruit kwamen aanwijzingen dat mensen met minder negative symptomen vaker behandeling konden afmaken. Verder werden in sommige studies gedragsproblemen, problemen op werk, en andere functioneringsproblemen in verband gebracht met uitval, maar ook hier was het bewijs beperkt en inconsistent.

De belangrijkste conclusie van deze review is dan ook dat er momenteel eigenlijk geen voorspeller bestaat die robuust en consequent behandelrespons of therapietrouw bij CGTp voorspelt. De auteurs benadrukken dat studies sterk verschilden in de onderzochte predictoren, uitkomstmaten en behandelvormen. Bovendien waren best wat studies relatief klein, waardoor kleine effecten mogelijk niet werden gedetecteerd.

Voor toekomstig onderzoek pleiten de auteurs voor meer studies in vroege psychose en UHR-populaties. Daarnaast is het belangrijk om niet alleen te kijken naar kenmerken vóór de behandeling, maar ook naar factoren die tijdens de therapie meespelen, zoals therapeutische alliantie. Het is dan ook goed mogelijk dat behandelrespons en -uitval beïnvloed wordt door een complexe wisselwerking tussen kenmerken van cliënt, therpeut, en behandeling.

Dus kunnen we op dit moment voorspellen wie baat heeft bij CGTp? Helaas nog niet. Meer onderzoek naar voorspellers van behandelrespons en therapietrouw is nodig om uiteindelijk tot meer gepersonaliseerde en effectieve zorg voor mensen met psychose te komen.

Gorina, D., Del Piccolo, M., Georgiades, A., & Vieira, S. (2026). Predictors of engagement and response in cognitive behaviour therapy for psychosis: A systematic review. Schizophrenia Research, 297, 314–329. Artikel