Door Paul de Bont

Je calculeert het in, dat cliënten soms uitvallen uit een CGTp behandeling. Maar jammer is het wel. De cliënt mist mogelijk zinvolle hulp en voor de behandelaar kan het demotiverend zijn als het te vaak voorkomt. Hoe vaak komt uitval voor? Is het te voorzien?

Eerder in 2026 verscheen een meta-analyse naar de effecten van vijf verschillende interventies (antipsychotica, andere psychofarmaca, hersenstimulatie, psychosociale interventies, en leefstijlinterventies) op negatieve symptomen van schizofrenie spectrum stoornissen (Damiani et al., 2026). De huidige secundaire studie (Stefana et al., 2026) naar uitval in CGTp-behandelingen werd later bedacht, omdat het staken van behandelingen het lijden van patiënten verlengt en hulpverleners demotiveert en onbenut laat. De auteurs wilden analyseren hoe vaak drop-out voorkomt en of drop-out kan worden voorspeld?

De meta analytische hoofdstudie leverde 16 bruikbare studies met een CGTp-conditie op (N = 865). Driekwart van deze studies had een verhoogd risico op fouten of onnauwkeurigheden (moderate or high risk of bias). De resultaten moeten daarom voorzichtig worden geïnterpreteerd. Er werd een gepoolde gemiddelde uitval geschat van 150 proefpersonen (18.8%; het 95% betrouwbaarheidsinterval van het gemiddelde is ongeveer 14 tot 25%). De heterogeniteit is groot, wat betekent dat de 16 studies onderling sterk van elkaar verschilden. Denk aan verschillen in gemiddelde leeftijd, behandelsetting, inhoud en duur van de behandeling, en van het effect zelf. Ten tweede betekent het dat er in werkelijkheid studies zijn die (veel) lagere en hogere uitvalpercentages vonden dan het gepoolde gemiddelde en bijhorend betrouwbaarheidsinterval doen vermoeden: 5 tot 10% uitval tot aan studies met 25 tot 45% uitval.

Vergelijkingen met andere studies laten zien dat de uitval bij individuele CGTp voor schizofrenie vergelijkbaar is met die bij psychotherapie in het algemeen, iets hoger dan bij bredere psychosociale interventies voor schizofrenie, en tot slot beduidend lager dan bij antipsychotica interventies. Het uitvalpercentage is dus niet uitzonderlijk laag of hoog. De auteurs besluiten dat meer onderzoek natuurlijk nodig is, maar dat een uitval van 1 op elke 5 CGTp deelnemers een redelijke aanname is.

We zouden ons nog kunnen afvragen of uitval in gerandomiseerde studies naar CGTp afwijkt van uitval in de naturalistische behandelsetting? Maar studies geven daar geen eensluidend antwoord op.

Damiani, S., Stefanelli, R., Fortea, L., D’Imperio, A., Calo, M., Casarini, F., Crippa, A., Esposito, C. M., Leggi, R., Orlandi, M., Patron, S., Peviani, A., Piccolo, A., Provenzani, U., Santilli, F., Spallarossa, C., Papanastasiou, E., Cella, M., Patel, R.,…Fusar-Poli, P. (2026). Interventions for negative symptoms in schizophrenia: efficacy and clinical interpretability in a meta-analysis of 451 randomized controlled trials. Mol Psychiatry, 31(8), 4259–4269.

Artikel

Stefana, A., Damiani, S., Barlati, S., Bortolin, E., Cimberle, M., Cruciani, N., D’Imperio, A., Rovida, M., Stefanelli, R., & Fusar-Poli, P. (2026). Dropout from individual cognitive behavioral psychotherapy for schizophrenia: a systematic review and meta-analysis of randomized clinical trials. Nord J Psychiatry, 1–7.

Artikel