Door Mark van der Gaag
Recent is verschenen de ‘Guidelines for the prevention of psychosis from the World Federation of Societies of Biological Psychiatry (WFSBP) and EPI Canada’ in the World Journal of Biological Psychiatry (doi: 10.1080/15622975.2026.2651739). Het is een lijvig werk en vat de evidentie samen over risicofactoren, age at onset, meetinstrumenten om clinical high-risk of psychosis (CHR-P) vast te stellen, transitie ratio’s, risico calculators en de ethische overwegingen omtrent het bespreken van risico, CHR-P biologische/ klinische correlaties, effectiviteit en kosten-effectiviteit van interventies en van psychose preventie programma’s. De evidentie voor interventies en programma’s is gewogen (graded), wat leidt tot aanbevelingen bij de preventie van psychose bij CHR-P personen.
146 risicofactoren zijn beoordeeld en 8 risicofactoren hadden overtuigende evidentie in het voorspellen van transitie naar psychose, namelijk
- UHR status (Odds Ratio (OR) = 9.32)
- Zwart-Caribische etniciteit in Engeland (OR =4.87)
- Hongersnood tijden de zwangerschap (OR = 1.61)
- Geboortegewicht onder
- 2 kg (OR = 1.84)
- 5 kg (OR = 1.53)
- 3 kg (OR = 1.23)
- Klein voor zwangerschapsduur bij geboorte (OR = 1.40).
Hoog-suggestieve risicovoorspellers zijn
- Cannabisgebruik (OR = 1.71)
- Slecht reukvermogen (OR = 5.26)
- Trait anhedonie (OR = 4.41)
- Laag premorbide IQ (OR = 2.13)
- Psychose bij moeder (OR = 7.61)
- Psychopathologie bij moeder (OR = 4.60)
- Psychopathologie bij vader (OR = 2.73)
- Etnische minderheid in omgeving met geringe etnische dichtheid (OR = 3.71)
- Tweede generatie immigrant (OR = 1.68)
- Kleine fysieke anomalieën (OR = 5.30)
- Volwassen stressvolle gebeurtenissen (OR = 3.11)
- ‘Adversities in de kindertijd (OR = 2.80)
- Elk psychologisch trauma (OR = 2.66)
- Trauma’s in de kindertijd (OR = 2.49)
- Subklinische positieve symptomen (OR = 2.56)
- Slecht globaal functioneren (OR = 1.69).
Van 32 bio markers is er geen enkele met overtuigende evidente of hoog-suggestieve evidentie.
De meetinstrumenten om transitie naar psychose vast te stellen zijn de CAARMS, de SIPS en de PSYCHS. De laatste is een harmonisatie van de CAARMS en SIPS.
Van de biologische correlaten met CHR-P is de cortisolspiegel (stress hormoon) verhoogd vergeleken met normale controles. CHR-P kenmerkt zich door kleinere hersenen, afname van corticale dikte en kleine specifieke gebieden, maar de effect-groottes variëren van zeer klein tot klein (Cohen’s d = 0.13 – 0.22).
75% van de CHR-P personen heeft minimaal één co-morbide stoornis. De prevalenties zijn:
- Angst-/stemmingsstoornissen (60,1%)
- Elke stemmingsstoornis (43,7%)
- Elke depressieve stoornis/episode (39,3%)
- Elke angststoornis (33,7%)
- Grote depressieve stoornis (31,1%)
- Elke trauma-gerelateerde stoornis (29,4%)
- Elke persoonlijkheidsstoornis (23,3%)
- Elke pervasieve ontwikkelingsstoornis (ongeveer 14,8%)
- Neurotische, stress-gerelateerde en somatoforme stoornissen (ongeveer 14,2%)
- Cannabisgebruiksstoornis (13%)
- Schizotypische persoonlijkheidsstoornis (12,5%)
- Aandachts- / hyperactiviteits-stoornis (ADHD) (12,5%)
- Elke gedragsstoornis (12,5%)
- Pervasieve ontwikkelingsstoornis niet anderszins gespecificeerd (12,1%)
- Sociale angststoornis (11,8%)
- Elke verslavingsstoornis/stofgebruiksstoornis (11,8%)
- Fobieën (11,5%)
- Vermijdende persoonlijkheidsstoornis (10,5%)
- Borderline persoonlijkheidsstoornis (10,4%)
- Andere stoornis bij minder dan 10% van de deelnemers aan de studie
Na acht jaar heeft 50% nog altijd minimaal één co-morbide stoornis
Het aantal transities is
- 8% bij 6 maanden
- 17% na 1,5 jaar
- 20% bij 2 jaar
- 27% bij 3 jaar
- 29% bij 4 jaar
Een plateau treedt op bij 35% na 10 jaar. Van degenen die een transitie doormaken is 3% jonger dan 14 jaar; 12.3% jonger dan 18 jaar en 47,85% jonger dan 25 jaar.
De transitie ratio’s zijn lager bij kinderen en adolescenten: 9,5% bij 1 jaar; 12,1% bij 2 jaar; 16,1% bij 5 jaar of langer. Daarentegen is de onbehandelde duur van psychose driemaal groter in adolescenten dan in volwassenen. Dit moet aansporen meer preventie in de jeugd te doen.
Als het gaat om effectiviteit worden maar zes RCTs met CGT voor uhr geïncludeerd, maar niet gemeta-analyseerd. Het blijft bij de constatering dat maar drie RCTs statistisch significant effect hebben aangetoond op transitie naar psychose. Vreemd genoeg worden drie andere studies niet genoemd: de studie van McGorry et al van 2013; de studie van Sun et al van 2018; en de studie van Bechdolf et al van 2023. Als we zelf de meta-analyses doen zijn de zes studies effectief bij 12 maanden, 18 maanden en 24+ maanden. Met alle negen studies zijn er effecten bij 6 maanden, end-of-treatment, 12 maanden, 18 maanden en 24+ maanden. Het is vreemd dat de controverse of de effectiviteit vaan CGT bij transitie geheel niet genoemd wordt.
Het artikel besluit met drie aanbevelingen:
-
Train de staf in het behandelen van cannabisgebruik om dit terug te dringen
-
Er moeten evidence-based behandelingen beschikbaar zijn voor alle co-morbide stoornissen
-
Om transitie naar psychose te voorkomen moeten behandelingen aangeboden worden gebaseerd op patiëntvoorkeur, ervaring en expertise van de dienst en moeten het ‘first do not harm’ principe volgen.
Het klinkt allemaal wat als een politieke compromistekst. Ik kan van harte CGT voor uhr als aanbeveling toevoegen. Een net geaccepteerd artikel (van der Gaag et al, 2026) en een nieuwe meta-analyse in voorbereiding (Leucht et al, ????) zullen dit verder ondersteunen.
Solmi, Marco et al. “Guidelines for the prevention of psychosis from the World Federation of Societies of Biological Psychiatry (WFSBP) and EPI Canada.” The world journal of biological psychiatry : the official journal of the World Federation of Societies of Biological Psychiatry, 1-44. 27 May. 2026, Artikel