Door Helga Ising

De therapeutische relatie tussen cliënt en behandelaar is vaak een van de belangrijkste factoren gebleken voor succesvolle psychotherapie. Maar hoe werkt dat wanneer de behandeling volledig online plaatsvindt? Een recente studie naar online CGT voor psychose laat zien dat een sterke therapeutische relatie ook via beeldbellen mogelijk is. Toch bleek de relatie tussen therapeutische relatie en behandelresultaten minder vanzelfsprekend dan verwacht.

Onderzoek laat zien dat een sterke therapeutische relatie samenhangt met betere behandelresultaten, zoals minder uitval, minder symptomen, betere therapietrouw en hogere tevredenheid. Toch zijn de bevindingen specifiek voor CGTp niet consistent: sommige studies vinden duidelijke effecten van de therapeutische relatie op betrokkenheid en uitkomsten, terwijl andere geen of beperkte verbanden vinden. Daarnaast blijkt de therapeutische relatie beïnvloed te worden door zowel therapeutfactoren (zoals empathie, flexibiliteit en samenwerking) als cliëntfactoren (zoals ernst van symptomen, inzicht en sociaal functioneren), maar ook hier zijn de resultaten niet altijd eenduidig. Bovendien verschillen beoordelingen van de therapeutische relatie tussen cliënten en therapeuten.

Sinds de COVID-19-pandemie is er meer aandacht voor online therapie. Hoewel dit effectief en acceptabel lijkt, is nog weinig bekend over hoe de therapeutische relatie zich in een online setting ontwikkelt en hoe het daar uitkomsten beïnvloedt. Er zijn aanwijzingen dat een goede therapeutische relatie ook online kan ontstaan, maar er kunnen ook obstakels zijn zoals technische problemen en privacy zorgen.

De huidige studie van Woolridge en collega’s (2026) onderzocht daarom hoe de therapeutische in online CGTp samenhangt met cliënt- en therapeutfactoren, hoe de relatie verandert tijdens de therapie, en hoe de relatie samenhangt met klinisch, functioneel en persoonlijk herstel over tijd. Aan het onderzoek namen 30 volwassenen (gemiddelde leeftijd 32 jaar, 50% man) met een schizofreniespectrumstoornis deel. Zij volgden gedurende zes maanden maximaal 26 online therapiesessies via videobellen. Zowel cliënten als therapeuten beoordeelden de therapeutische relatie aan het begin van de behandeling en aan het einde van het traject.

De resultaten laten zien dat een goede therapeutische relatie ook online kan worden opgebouwd en behouden. Zowel cliënten als therapeuten beoordeelden de samenwerking positief. De kwaliteit van de relatie bleef gedurende de behandeling stabiel. Alleen therapeuten rapporteerden een toename in de emotionele verbondenheid en het vertrouwen binnen de therapeutische relatie. Een opvallende bevinding was dat cliënten en therapeuten de kwaliteit van hun samenwerking niet altijd op dezelfde manier ervoeren. Aan het begin van de behandeling kwamen hun beoordelingen nauwelijks overeen. Pas tegen het einde van de behandeling ontstond er meer overeenstemming. De onderzoekers vonden daarnaast geen duidelijke cliëntkenmerken die samenhingen met de kwaliteit van de therapeutische relatie. Leeftijd, opleidingsniveau, ernst van symptomen en sociaal functioneren bleken geen voorspellers van een sterkere of zwakkere relatie. Ook bleek de therapeutische relatie niet samen te hangen met therapietrouw: cliënten met een sterkere therapeutische relatie volgden niet meer sessies dan cliënten met een minder sterke therapeutische relatie.

Misschien wel de meest verrassende uitkomst was dat de therapeutische relatie geen voorspeller bleek van behandelresultaten. Een sterkere therapeutische relatie leidde niet tot minder psychotische symptomen, beter sociaal functioneren of meer persoonlijk herstel, noch direct na de behandeling, noch zes maanden later. Deze bevinding betekent niet dat de therapeutische relatie onbelangrijk is, want veel eerdere onderzoeken vonden dit wel. De huidige studie laat wel zien dat een goede therapeutische relatie ook online goed kan worden opgebouwd en behouden. Tegelijkertijd suggereren de resultaten dat voor het succes van online CGTp mogelijk ook andere factoren van belang zijn, zoals specifieke therapeutische technieken, motivatie van de cliënt of de deskundigheid van de therapeut.

Woolridge, Stephanie M et al. “Therapist- and client-rated therapeutic alliance in virtual cognitive behavioral therapy for psychosis: Correlates of alliance and associations with treatment outcomes.” Psychotherapy research : journal of the Society for Psychotherapy Research, 1-11. 26 Apr. 2026 Artikel