Door Janneke Ferwerda
Bij CGT voor psychose kijken we niet alleen naar de psychotische ervaring zelf, maar juist ook naar de betekenis die iemand eraan geeft. Hoe overtuigd ben je van een waan? Hoe machtig of kwaadaardig denk je dat de stem is? Maar lukt het met CGT eigenlijk ook om deze onderliggende overtuigingen te veranderen? Een nieuwe meta-analyse zocht het uit.
Binnen het cognitieve model van Beck spelen disfunctionele overtuigingen een belangrijke rol bij psychotische klachten. Denk bijvoorbeeld aan negatieve overtuigingen over jezelf en anderen. Ook overtuigingen over stemmen zijn van belang: de mate waarin iemand een stem als kwaadaardig of almachtig ervaart, hangt samen met de ernst van de klachten. Hetzelfde geldt voor de mate waarin iemand overtuigd is van een waan.
Psychosespecifieke cognitieve modellen besteden daarnaast veel aandacht aan cognitieve tendensen. Dit zijn systematische vertekeningen in de manier waarop we informatie verwerken, interpreteren of onthouden. Een bekend voorbeeld is jumping to conclusions: snel tot een conclusie komen op basis van weinig informatie. Ook belief inflexibility, moeite om een eenmaal gevormde overtuiging bij te stellen wanneer er nieuwe informatie beschikbaar komt, wordt in verband gebracht met psychotische klachten.
Binnen CGT voor psychose zijn deze overtuigingen en cognitieve tendensen een belangrijk aangrijpingspunt. Je onderzoekt bijvoorbeeld hoe overtuigd iemand is van zijn opvattingen en welke andere verklaringen mogelijk zijn. Dat CGTp psychotische klachten kan verminderen is al veelvuldig onderzocht. Of ook de overtuigingen en cognitieve tendensen waarop je je in de behandeling richt veranderen, is veel minder duidelijk. Massicotte en collega’s brachten 33 studies naar CGTp bij elkaar. Voor de belangrijkste analyses namen zij alleen gerandomiseerde studies mee waarin CGT werd vergeleken met een controleconditie. Alle studies onderzochten disfunctionele overtuigingen, slechts zes keken ook naar cognitieve tendensen.
Over alle disfunctionele overtuigingen samen werd een klein maar significant effect van CGT gevonden (g = 0,15). Het grootste effect werd gevonden voor de mate waarin iemand overtuigd was van een waan (g = 0,45). Ook positieve (g = 0,28) en negatieve zelfschema’s (g = 0,30) veranderden.
Voor overtuigingen over stemmen werden geen significante effecten gevonden. Dit gold voor overtuigingen over de welwillendheid, kwaadaardigheid en almacht van stemmen. Voor almacht was er wel een effect in de verwachte richting, maar dit was niet significant. Over verandering in cognitieve tendensen kunnen nog weinig conclusies worden getrokken. Voor jumping to conclusions vonden drie studies geen consistent effect van CGT. Voor belief inflexibilitywaren er aanwijzingen voor verbetering, maar het aantal studies was klein en de resultaten verschilden.
Studies waarin disfunctionele overtuigingen sterker verbeterden, lieten ook een grotere afname van positieve symptomen zien. Omdat dit verband op studieniveau werd gevonden, weten we niet of verandering van overtuigingen ook leidt tot een afname van symptomen.
De resultaten laten zien dat vooral de zekerheid waarmee iemand een waan voor waar houdt en positieve en negatieve overtuigingen over zichzelf beïnvloedbaar zijn met CGT. Bij wanen hoeft iemand de overtuiging niet volledig los te laten. Minder zekerheid, ruimte voor twijfel en het kunnen overwegen van andere verklaringen kunnen ook belangrijke veranderingen zijn.
Voor overtuigingen over stemmen zijn de resultaten minder duidelijk. En ook over cognitieve tendensen weten we nog te weinig. Deze nemen binnen cognitieve modellen van psychose wel een belangrijke plek in, maar mogelijk zijn ze niet makkelijk veranderbaar. Het is bijvoorbeeld bekend dat mensen deze tendensen nog altijd kunnen hebben wanneer ze opgeknapt zijn uit de psychose.
Massicotte, D., Livet, A., Lahlou, M., Potvin, S., & Lecomte, T. (2026). Effectiveness of Cognitive Behavioral Therapies Targeting Cognitive Biases and Beliefs in Schizophrenia-Spectrum Disorders: A Systematic Review and Meta-Analysis. Schizophrenia Bulletin, 52(3).
