Een visioen komt zelden alleen en laat zich niet zomaar verjagen.

Gedachten Uitpluizen

Een minderheid van stemmenhoorders rapporteert bijkomende hallucinaties in andere modaliteiten (geur, stem), maar een grote meerderheid van patiënten met visuele hallucinaties zou volgens spaarzaam onderzoek bijkomende hallucinaties ervaren. Het is vreemd dat er relatief nog weinig onderzoek naar multi-modal hallucinations (mmH) is gedaan, omdat er aanwijzingen zijn dat bij psychotische patiënten de lifetime prevalentie van mmH (53%) twee keer zo hoog is als die uni-modal hallucinations (umH;  27%). Anders gezegd: puur stemmenhoren/auditief hallucineren komt minder vaak voor dan hallucineren in meerdere modaliteiten tegelijk. En een andere bevinding suggereert dat als iemand visuele hallucinaties rapporteert (beelden en visioenen), dat dan de kans vergroot is dat er sprake is van mmH (OR=11). Opgeteld: mmH lijkt meer de norm te zijn in psychoseland dan umH. Tot slot weten we dat visuele hallucinaties gepaard gaan met een ernstiger ziektebeloop en slechtere behandelrespons dan akoestische hallucinaties.

Herkenbaar in de eigen praktijk? Maar klopt het dat visuele hallucinaties zo vaak gepaard gaat met mmH?

De onderzoekers wilden mmH bij patiënten met visuele hallucinaties exploreren: hoe vaak komt mmH voor in deze groep? En hoe verhouden de mmH’s zich tot elkaar in tijd (serieel, parallel?), qua inhoud (gerelateerde inhouden of losstaand?) en qua congruentie (congruent, bv een man die praat of incongruent, bv een hond die praat?); en wat zijn de invloeden van deze kenmerken op de emoties en overtuiging met betrekking tot de hallucinaties?

Een reeks ambitieuze vragen voor een studie die maar 22 jongvolwassen patiënten met visuele hallucinaties behelsde. Maar er komen interessante bevindingen uit. Gebruikmakend van de meetinstrumenten North East Visual Hallucinations Interview (NEVI), de Psychotic Symptom Rating Scale (PSYRATS) en de Comprehensive Psychopathology Rating Scale brachten de onderzoekers de fenomenologie van de hallucinaties van de proefpersonen in kaart.

 

Alle (100%) proefpersonen beleefden hallucinaties in meer dan alleen de visuele modaliteit. De mate van scherpte en detail van de visuele hallucinaties varieerde aanzienlijk, van schaduwen tot volledig ‘echte’ waarnemingen. Alle 22 deelnemers hadden akoestische hallucinaties. 19 Deelnemers beleefden mmHs die meestal congruent waren en die in tijd en inhoud samenhingen met de visuele hallucinaties; in het bijzonder kwam het vaak voor dat beelden tegen de persoon spraken (84%) en ze aanraakten (85%). 21 Deelnemers beleefden akoestische hallucinaties die inhoudelijk niks gemeen hadden met de visuele hallucinaties en er in tijd ook los van stonden. Deze uitkomsten betekenen dat de meeste deelnemers gerelateerde én ongerelateerde akoestische hallucinaties ervaren naast hun visuele hallucinaties. Geurhallucinaties kwamen bij 27% voor, steeds in relatie tot de beelden.

Met betrekking tot de mate van overtuiging lijken de uitkomsten aan te geven dat de ervaren echtheid toeneemt met een grotere samenhang tussen de hallucinaties in de verschillende modaliteiten (zelfde moment, zelfde thema/inhoud en congruent). Die suggestie strookt met de intuïtie en met de bekendere slechtere behandelresultaten, maar een getalsmatige analyse maken de auteurs niet.

Zoals aangegeven hebben patiënten met primair akoestische hallucinaties niet vaak bijkomende hallucinaties. Terwijl de groep van visuele hallucinanten feitelijk (bijna) altijd een mmH groep is. Zijn bij beide groepen misschien verschillende processen werkzaam? Heeft de mmH-groep een algemene hallucinatie-kwetsbaarheid (generally hallucination-prone) en hebben stemmenhoorders een meer specifieke kwetsbaarheid, namelijk in het taal/spraakdomein?

Een andere bespreekpunt is dat congruente mmHs veel vaker voorkomen dan incongruente. Dit zou kunnen verklaard worden door een ‘bias towards sensory consistency’ of ‘predictive coding’: van beelden en visioenen wordt door de persoon verwacht dat ze zullen gaan spreken of aanraken, en dat ze dat op een ‘normale’ dus congruente manier doen. We nemen waar wat we voorspellen of verwachten.

Als deze studie één ding doet, dan is het het op de kaart zetten van de mmH-groep: ernstiger, complexer, meer prevalent dan gedacht (prevalenter dan de groep stemmenhoorders) en zeker nog teveel buiten radar bij onderzoekers en clinici.

Dudley R, Aynsworth C, Cheetham R, McCarthy-Jones S, Collerton D. Prevalence and characteristics of multi-modal hallucinations in people with psychosis who experience visual hallucinations. Psychiatry Res. 2018.

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/30145297