Negatieve omstandigheden in de kindertijd en striatale dopamine

Gedachten Uitpluizen

Negatieve omstandigheden in de kindertijd voorspellen een verhoogde striatale dopamine functie in de vroege volwassenheid

Traumatische ervaringen in de kindertijd, zoals fysiek of seksueel misbruik, vergroten het risico op psychose in de volwassenheid. Hoe dat neurologisch werkt, is onbekend. Wat we wel weten is dat een verhoging van de dopamine functie in het striatum een van de meest robuuste neurobiologische kenmerken is van psychose. Bestaat er dan misschien ook verband tussen trauma in de kindertijd en dopamine functie op latere leeftijd?

Een onderzoeksgroep in Londen wilde daar mee van weten en onderzocht de relatie tussen negatieve omstandigheden in de kindertijd en striatale dopamine neurotransmissie in de vroege volwassenheid. Ook vergeleken zij die relatie bij jonge mensen met een verhoogd risico op psychose (Ultra High Risk, UHR) en gezonde vrijwilligers. Uit hetzelfde geografische gebied werden 47 personen met UHR en 20 gezonde vrijwilligers geworven. Beide groepen bestonden uit personen die eerder hadden deelgenomen aan dopamine beeldvormende (PET-scan) studies. Er waren geen significante verschillen tussen beide groepen in demografische kenmerken of in middelengebruik.

Verwacht werd dat de striatale dopamine functie verhoogd zou zijn bij zowel personen met UHR als bij vrijwilligers die bloot gestaan hadden aan negatieve omstandigheden in de kindertijd. Daarnaast verwachtte men dat blootstelling aan negatieve omstandigheden in de kindertijd hoger zou zijn in de UHR-groep dan in de groep vrijwilligers, en dat ook de striatale dopamine functie verhoogd zou zijn in de UHR-groep vergeleken met de groep vrijwilligers.

plaatje-bij-egerton

Alle deelnemers werden onderzocht met PET-scans om te taxeren hoe groot de presynaptische dopamine synthese capaciteit was. Daarnaast werden symptoomlijsten afgenomen. Zoals verwacht waren alle symptoomscores significant hoger in de UHR-groep.

Met twee vragenlijsten werden de negatieve omstandigheden in de kindertijd in kaart gebracht. Daarbij werden vier soorten omstandigheden onderscheiden: verlies of gescheiden worden van (een van de) ouders (62% van alle deelnemers); ernstig fysiek of seksueel misbruik (40%); ernstige verwaarlozing (36%); en wonen in meer dan twee gezinnen, d.w.z. meer dan twee verschillende verzorgers met wie het kind minimaal een jaar had samen geleefd (25%).

De bevindingen waren in lijn met de verwachtingen. Deelnemers die in de kindertijd bloot gesteld waren aan ernstig fysiek of seksueel misbruik toonden een significant hogere dopamine functie in het (associatieve) striatum dan deelnemers die daar niet aan waren blootgesteld. Dat gold ook voor deelnemers die in meer dan twee gezinnen hadden gewoond. Beide bevindingen hadden matige tot grote effect-sizes. Er werden geen verschillen in striatale dopamine functie gevonden tussen deelnemers die (een van) hun ouders verloren hadden of van (een van) hun ouders gescheiden waren, of te maken hadden gehad met verwaarlozing. Van de vier onderscheiden soorten negatieve omstandigheden, werd alleen blootstelling aan fysiek en seksueel misbruik vaker gerapporteerd door de UHR-groep, vergeleken met de groep vrijwilligers. Er bleken verder geen globale significante verschillen te zijn in striatale presynaptische dopamine functie tussen de UHR-groep en de groep vrijwilligers.

Tenslotte is het nog vermeldenswaard dat in de UHR-groep de positieve correlatie tussen de ernst van de subklinische symptomen (de totale CAARMS-score) en dopamine functie alleen significant was in het sensomotorische striatum, maar niet in het associatieve, limbische of gehele striatum.

Kortom, de relatie tussen negatieve omstandigheden in de kindertijd en dopamine functie is bij beide groepen aanwezig: als er sprake is van fysiek of seksueel misbruik of van hebben geleefd in meer dan twee gezinnen, dan zien we een verhoogde striatale dopamine functie in de vroege volwassenheid. Dat lijk dus een biologische route van hoe kindertrauma tot een later grotere kans op psychose leidt. Eens te meer wordt duidelijk welke enorme impact preventie van deze vroege negatieve omstandigheden zou hebben op de latere geestelijke gezondheid.

Egerton, A., Valmaggia, L.R., Howes, O.D., Day, F., Chaddock, C.A., Allen, P., …McGuire, P. (2016). Adversity in childhood linked to elevated striatal dopamine function in adulthood. Schizophrenia Research 2016 [Epub ahead of print]

Artikel