Voeding en het risico op schizofrenie – erg mager bewijs

Gedachten Uitpluizen

De relatie tussen voeding en het risico op schizofrenie houdt onderzoekers en patiënten al jarenlang bezig. De aanwezigheid van specifieke verbanden zou ons duidelijkheid verschaffen over het precieze ontstaansmechanisme van psychose en –belangrijker nog- fantastische mogelijkheden bieden voor de preventie ervan. Toch blijkt het moeilijk om antwoord te geven op de vraag of er een verband is tussen het (ontbreken van) voeding en het ontstaan van psychotische stoornissen.

De Hongerwinter en De Grote Sprong Voorwaarts
De eerste en misschien wel belangrijkste studie die in dit kader is gedaan, is een Nederlandse studie naar de gezondheid van kinderen die kort na de “Hongerwinter” van 1944/1945 zijn geboren. In deze studie werd gevonden dat het risico op schizofrenie op latere leeftijd twee keer zo hoog was bij kinderen van wie de moeders tijdens de zwangerschap waren blootgesteld aan ondervoeding. Een tweede en derde studie werd gedaan naar kinderen die geboren werden tijdens of na de hongersnood die volgde op “De Grote Sprong Voorwaarts” tussen 1958 en 1961 in China. De resultaten van deze studie waren exact hetzelfde als die van de studie naar de Nederlandse Hongerwinter. Hieruit kan worden geconcludeerd dat kinderen die ondervoeding van hun moeder tijdens de zwangerschap overleven, later een groter risico hebben op het ontwikkelen van schizofrenie. Toch is het interessant dat epidemiologische studies in landen waar op dit moment honger heerst géén hogere prevalentiecijfers van psychotisch stoornissen laten zien. Mogelijk heeft dit iets te maken met de beperkte betrouwbaarheid van de prevalentiecijfers in deze landen, maar meer waarschijnlijk is het dat de relatie tussen voeding en psychose complexer is dan op basis van studies naar de Hongerwinter en de Grote Sprong Voorwaarts wordt aangenomen.

Geen honger maar gebrek aan specifieke voedingsstoffen
Is er dan bewijs voor een verband tussen (een gebrek aan) specifieke voedingsstoffen en het ontstaan van psychose? Een voordeel voor onderzoekers is dat dit verband onderzocht kan worden in een populatie die niet is blootgesteld aan ondervoeding. Toch blijkt het ingewikkeld om een antwoord te vinden op deze vraag. Het bewijs voor een relatie tussen specifieke voedingsstoffen en het ontstaan van psychose is erg mager. Lees ook de artikeltjes over vitaminen en mineralen en visolie in deze rubriek. Hoewel het bewijs dus erg mager is, zijn er wel drie voedingsstoffen waar onderzoek naar is gedaan en ook een idee is over het achterliggende mechanisme voor de relatie tussen de stof en het ontstaan van psychose. De meeste studies richten zich opnieuw op zwangere vrouwen en hun kinderen. Deze drie voedingsstoffen zijn vitamine D, foliumzuur en ijzer.

Vitamine D, foliumzuur en ijzer
Resultaten van studies naar vitamine D lopen te sterk uiteen. Er kan dus (nog) niet worden gesproken over een relatie tussen vitamine D deficiëntie en psychose. Van foliumzuur is bekend dat de inname ervan rondom conceptie en aan het begin van de zwangerschap het risico op allerlei neurologische stoornissen verkleint. Mogelijk is dat ook het geval voor psychotische stoornissen. Er is echter nog maar één studie die er op lijkt te wijzen dat er mogelijk een effect is op de ontwikkeling van schizofrenie. Zwangere vrouwen wordt dus aangeraden om foliumzuur te slikken, maar of het ook psychose bij hun kinderen zal helpen voorkomen, is maar de vraag. Tenslotte is er ook onderzoek gedaan naar ijzertekort of bloedarmoede. Dit is de enige voedingsstof waar er twee studies zijn gedaan naar de relatie met psychose die ongeveer dezelfde resultaten hadden. Er is dus enig bewijs voor een verband tussen bloedarmoede tijdens de zwangerschap en een (ongeveer vier keer) verhoogd risico op het ontwikkelen van schizofrenie. Het eten van ijzerrijk voedsel tijdens de zwangerschap en het innemen van ijzertabletten bij bloedarmoede (let op: dus alleen bij ijzertekort) lijkt aan te bevelen.

McGrath, J., Brown, A., & St Clair, D. (2011). Prevention and Schizophrenia – the role of dietary factors. Schizophrenia Bulletin, 37, 272-283.

Tandon, R., Keshavan, M.S., & Nasrallah, H.A (2008). Schizophrenia “Just the facts” What we know in 2008. Epidemiology and etiology. Schizophrenia Research, 102, 1-18.

Kirkbride, J.B., Susser, E., Kundakovic, M., Kresovich, J.K., Smith, G.D., & Relton, C.L. (2012). Prenatal nutrition, epigenetics and schizophrenie risk: can we test causal effects? Epigenomics, 4, 303-3015.