Door Eva Tolmeijer
“Ik was altijd al een spiritueel persoon, maar na de relatiebreuk stortte ik me er volledig op. Het was zo moeilijk voor me (…). Mijn familie was er niet echt voor me (…) Dus wendde ik me tot spiritualiteit, en dat maakte me gelukkiger en gaf me een veiliger gevoel (…) Ik begon te geloven dat ik als het ware een instrument van God was. Ik liep rond, helemaal blij, op blote voeten. Maar het kwam op een punt waarop het, zeg maar, gevaarlijk werd.”
Er is veel voor een affectieve route tussen stressvolle en traumatische ervaringen en psychose. Ondanks dat de kennis over mechanismen in deze relatie toeneemt (e.g., negatieve schema’s, vermijding), blijven er vragen over hoe zulke ervaringen precies bijdragen aan het ontstaan van wanen. De onderzoekers van deze studie gingen in gesprek met mensen over hun ervaringen met wanen en hoe contextfactoren, zoals relationele en sociaal-culturele zaken, van invloed zijn (geweest) op hun betekenisgevingsprocessen. Dit is het eerste onderzoek waarbij wanen werden onderzocht in de context van iemands leven als geheel, met een focus op de beleving van de cliënt.6
De deelnemers waren tien mensen in zorg bij vroege psychoseteams met (eerdere ervaring met) wanen van ten minste matige ernst. Ze vulden vragenlijsten in en namen deel aan narratief en fenomenologisch interview. De onderzoekers wilden de ervaringen van deelnemers beter begrijpen door drie perspectieven aan te nemen:
1. Standaard klinische psychopathologie (derde persoon)
2. Fenomenologische psychopathologie (eerste persoon)
3. Narratief perspectief (eerste persoon)
Vanuit het klinische perspectief waren er inhoudelijk drie thema’s aanwezig: overmatige achterdocht (100%) betrekkingsideeën (90%) en grootheids- of religieuze ideeën (90%). Geen van deze thema’s kwam op zichzelf voor. Vanuit het fenomenologische perspectief kwam er een globale verandering naar voren in de persoonlijke ervaring van de wereld om hen heen. Vanuit het narratieve perspectief kwamen de rol van vroege en herhaaldelijke negatieve ervaringen en emoties (voornamelijk schaamte) en de samenhangende vermijding en preoccupatie naar voren. Daarnaast kwamen er vanuit het narratieve perspectief drie transformaties naar voren: 1) In de schijnwerpers staan: van schaamte naar onoverwinnelijkheid, 2) Onderdeel zijn van iets groters: van zinloosheid en afwezigheid naar liefde, ontzag en hoop en 3) In een simulatie zitten: leven zonder lichaam, afgesneden van anderen.
Het fenomenologische perspectief liet dus zien dat wanen vaak onderdeel zijn van een bredere verandering in hoe iemand de wereld ervaart, die zich uitte in bijvoorbeeld een andere beleving van tijd, ruimte en andere mensen. Daarnaast bleek dat wanen sterk verbonden zijn met lichamelijke ervaringen, emoties en taalgebruik. Ze weerspiegelden bijvoorbeeld sterke gevoelens van schaamte, trots, liefde of dreiging, of ervaringen van onwerkelijkheid. Gevoelens die iedereen herkent, maar die op een unieke manier werden beleefd binnen de persoonlijke sociale en culturele contexten van deelnemers.
De onderzoekers benadrukken verschillende implicaties voor de klinische praktijk, namelijk het belang van 1) aandacht besteden aan de lichamelijke en emotionele ervaringen zoals het gevoel blootgesteld, onoverwinnelijk of juist gevoelloos te zijn, 2) begrijpen wanneer deze gevoelens voor het eerst optraden (bijvoorbeeld gedurende pesten, afwijzing, eenzaamheid) en hoe mensen ermee omgingen en 3) het begrijpen van de huidige factoren die de lijdensdruk in stand houden.
Aangezien de resultaten de complexe, diep emotionele en ontwrichtende ervaring van wanen weergeven, nodigen ze ook uit om na te denken over het gebruik van het woord ‘waan’. Dit woord kan namelijk worden geassocieerd met ‘waanzin’ of ‘onjuistheid’. Alternatieven zoals ‘bijzondere overtuigingen’ die verschillende soorten overtuigingen omvatten (e.g., gevaarsovertuigingen, uitzonderlijkheidsovertuigingen) erkennen mogelijk beter de lijdensdruk en de intensiteit van de emoties omdat ze niet alleen focussen op in hoeverre gedachten stroken met de gedeelde realiteit. Wat denk jij?
Ritunnano, R., Littlemore, J., Nelson, B., Humpston, C. S., & Broome, M. R. (2026). Delusion as embodied emotion: a qualitatively driven, multimethod study of first-episode psychosis in the UK. The lancet. Psychiatry, 13(2), 125–139.