The need to belong – taalbeheersing, sociale identiteit en achterdocht in etnische minderheden

Gedachten Uitpluizen

Psychotische ervaringen, waaronder achterdocht, blijken een vaak voorkomend verschijnsel onder de bevolking. Etniciteit, sociaaleconomische status en gehechtheid spelen een rol bij de gevoeligheid voor psychotische ervaringen, en dan met name achterdocht. Welke rol spelen taal en sociale identiteit bij achterdocht?

Uit eerder onderzoek weten we dat mensen die tot een etnische minderheid behoren – vooral naarmate ze in kleinere getallen leven tussen een autochtone meerderheid – een verhoogde kans hebben op psychose (ethnic density effect). Een verklaring zou zijn dat immigranten meer last hebben van discriminatie en vaker het gevoel hebben er niet bij te horen. Ook weten we dat slechthorende mensen vaker achterdochtig zijn. Dit heeft te maken met dat een verminderd vermogen tot communicatie sneller tot achterdocht zou leiden.

De Verenigd Arabische Emiraten (VAE) zijn de laatste jaren sterk beïnvloed door het Westen. Door een toename van expats wordt er steeds minder Arabisch gesproken en maakt de Emirati bevolking nog slechts 11% van de populatie uit; wat hen een minderheid in eigen land maakt. Dit onderzoek keek in welke mate iemands achterdocht samenhing met (1) de beheersing van de moedertaal (en daarmee het vermogen tot goede communicatie) en (2) de mate van groepsidentiteit.

In dit onderzoek deden 208 vrouwelijke studenten uit de VAE mee. De studenten spraken allemaal zowel Engels als Arabisch. Het onderzoek werd in het Engels uitgevoerd. Via de computer deden ze een test in welke taal ze zich het meest bekwaam voelden. Ook werd er een impliciete associatie test gedaan om te kijken of ze zich meer verbonden voelden met de Emirati (in-group identity) of met Amerikanen (out-group identity). Daarnaast werd dit ook op expliciete manier gemeten (een vragenlijst) en uiteraard werd er gekeken de mate van achterdocht.

Zowel de bekwaamheid in taal als de mate van groepsidentiteit (impliciet gemeten) hingen onafhankelijk van elkaar samen met achterdocht. De relatie van taal met achterdocht was het sterkst (r=0.26). Studenten die zich bekwamer voelden in het Engels dan het Arabisch rapporteerden meer achterdocht. Hetzelfde gold voor groepsidentiteit; als de studenten zich meer verbonden voelden met Amerikanen (out-group identity) was er meer sprake van achterdocht.

Er zitten verscheidene beperkingen aan dit onderzoek, maar in de klinische praktijk zou dit onderzoek kunnen betekenen dat het versterken van taal en groepsidentiteit (vooral op de oorspronkelijke etniciteit gericht) een beschermende factor tegen achterdocht zou kunnen zijn.

Thomas, J., Bentall, R. P., Hadden, L., & O’Hara, L. (2016). Ethnic identity and paranoid thinking: Implicit out-group preference and language dominance predict paranoia in Emirati women. Journal of Behavior Therapy and Experimental Psychiatry. Epub ahead of print.

Artikel