Hallucinaties in het grensgebied tussen neurose en psychose: hoezo ‘border’-line?

Gedachten Uitpluizen

We weten dat hallucinaties niet uitsluitend voorkomen bij psychotische stoornissen maar ook bij andere stoornissen, zoals bijv. borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS). Merkwaardige term eigenlijk: ‘borderline’. Ooit bedacht door psychoanalytici, die daarmee een grensgebied aangaven tussen neurose en psychose, en al decennialang als diagnose opgenomen in de DSM. Borderline suggereert dat deze mensen vaker het contact met de realiteit kwijt zijn en meer psychose symptomen hebben dan mensen met neurotische stoornissen, zoals angst of depressie. Maar klopt dat eigenlijk wel?

Als je kijkt naar de patiënten met BPS die in een kliniek worden opgenomen zou je zeggen dat het klopt, want 20-50% van hen vertonen psychotische symptomen. Maar Engelse onderzoekers constateerden dat er geen onderzoek gedaan is naar de samenhang tussen (trekken van) BPS en hallucinaties. Dus onderzochten ze het zelf. Zij gebruikten de data van een grootschalig onderzoek naar psychische gezondheid bij volwassenen in Engeland (Adult Psychiatric Morbidity Survey, uit 2007) om na te gaan hoe het nu zit met het voorkomen van hallucinaties bij personen met BPS vergeleken met personen met neurotische stoornissen. Andersom vroegen zij zich ook af hoe vaak de diagnose BPS voorkomt bij mensen met hallucinaties. Tot slot wilden zij weten wat de samenhang is tussen borderline persoonlijkheidstrekken (zoals bijvoorbeeld stemmingsinstabiliteit) en hallucinaties.

In totaal namen 7.403 mensen deel aan de studie, waarvan 0,4 % de diagnose BPS had. Het hebben van slechts enkele BPS-trekken kwam uiteraard vaker voor. Van de mensen met een psychische aandoening ervoer 12,6% hallucinaties in het afgelopen jaar, versus 3,7% bij de mensen zonder aandoening. En hoewel er een relatie bestond met BPS (13,7% van hen rapporteerde hallucinaties, en ook was er een significante doch kleine correlatie van 0,20 tussen BPS-trekken en hallucinaties), was dit bij de andere psychische aandoeningen vergelijkbaar. Er was dus geen duidelijk verschil in de prevalentie van hallucinaties bij de verschillende stoornissen zoals BPS, depressie, angststoornissen, etc.

Dus ondanks de cijfers uit klinische settingen, blijkt dat – wanneer je het in een grote groep onderzoekt – er geen aanwijzingen zijn dat hallucinaties meer voorkomen bij BPS dan bij de meeste niet-psychotische (neurotische) stoornissen. Borderline als aanduiding van iets wat ‘grenst’ aan het psychotische, lijkt op basis van deze studie een misleidende aanduiding.

Een kanttekening van de huidige studiepopulatie is wel dat BPS relatief weinig voorkwam, dus mogelijk is er een selectiebias in de deelnemers waarbij mensen met een serieuze BPS niet deelnamen. Ook is het opvallend dat hallucinaties in deze studiegroep even vaak bij mannen als vrouwen voorkwamen, terwijl uit grote meta-analyses bekend is dat vrouwen vaker hallucineren. Ook dit kan wijzen op een selectiebias in deze studie.

Kelleher, I. & DeVylder, J.E. (2017). Hallucinations in borderline personality disorder and common mental disorders. The British Journal of Psychiatry, 210(3), 230-231.

Artikel